Het begin en het einde van de eerste democratie in Duistland

Gepubliceerd op 29 september 2023 om 16:16

Vanaf augustus 1918 werd duidelijk dat Duitsland de Eerste Wereldoorlog verloren had. Zowel onder militaire leidinggevenden als onder de regering gingen stemmen op om tot wapenstilstands- en vredesonderhandelingen over te gaan. President Wilson van de VS eiste dat de keizer eerst zou moeten opstappen. Keizer Wilhelm II wilde dit onder geen beding. Om zich aan het gezag van de civiele regering te onttrekken vluchtte hij uit Berlijn en ging naar het hoofdkwartier in Spa. Op 9 november 1918 werd een voorlopige regering bestaande uit een raad van zes Volkscommissarissen onder Friedrich Ebert, de leider van de SPD, gevormd. De keizer werd te verstaan gegeven dat het leger niet meer achter hem stond en hij trad die dag af en ging in Nederland in ballingschap. De Republiek werd uitgeroepen en de Weimarrepubliek was geboren. Op 11 november 1918 werd een wapenstilstand in een treinwagon  in Compiegne getekend.

De Weimar republiek werd niet onder een gelukkig gesternte geboren en zou vijf jaar lang met grote problemen te maken krijgen. Duitsland kende eigenlijk geen democratie. Sinds 1871 had ze weliswaar een gekozen Rijksdag op basis van politieke partijen, maar eerst maakte rijkspresident Bismarck en later Hindenburg de dienst uit en uiteindelijk had de keizer het laatste woord. Het waren autocratisch regimes. Na het afzetten van de keizer was er een grote interne verdeeldheid. De kloof tussen bevolkingsgroepen en de overheid was groot. Een flink aantal partijen was tegen democratie en tegen de Weimar republiek.
Het is een wonder dat de Republiek zo lang bij elkaar bleef. Maar we zullen de gebeurtenissen chronologisch de revue laten passeren.

Vanaf november 1918 begon de revolutie in Duitsland. Onder matrozen in Wilhelmshaven brak muiterij uit. Men wilde niet meer uitvaren om te vechten tegen de Engelsen maar wilde vrede. De muiterij leidde tot opstanden in verschillende steden door het hele land. Er werden soldaten- en arbeidersraden gevormd. Als resultaat ruimden vorsten van 22 deelrepublieken het veld. Friedrich Ebert werd gevraagd het kanselierschap op zich te nemen. De republiek werd door Philipp Scheidemann tegen de wil van Ebert uitgeroepen en de keizer verliet het veld. Enkele uren later riep Karl Liebknecht de socialistische republiek uit, maar de impact daarvan was klein. De raden van soldaten en arbeiders tezamen met de Raad van Volkscommissarissen bestuurden het land.
De revolutie betekende het einde van de macht van de adel. Het leger hield zich afzijdig op de weg naar vrede. En wentelde zo de nederlaag af op de burgerpolitici. Later noemde Hindenburg dat door de anti-oorlog stemming onder communisten, socialisten en Joden de oorlog was verloren. Dit kwam bekend te staan als de dolkstootlegende. Er waren groepen waaronder soldaten met name uit de vrijkorpsen die zich verraden voelden door de revolutionaire gebeurtenissen.
Januari 1919 werd een hete maand met veel buitensporig geweld.  De bolsjewieken in verschillende steden kwamen in opstand. De regering besloot hard op te treden met name de minister van defensie, Noske. Niet alleen het leger maar ook vrijkorpsen werden ingezet. Het was chaos, niet alleen links was anti-republiek maar des te meer rechts gevormd door legerofficieren, grootindustrielen en adel. Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg, de communistische voorvechters, werden door vrijkorpslieden vermoord. In Berlijn vielen 1200 doden. In maart werd de radenrepubliek van arbeiders in Beieren aangevallen. Een orgie van geweld vond plaats tussen de bolsjewieken en de vrijkorpsen plus een aanzienlijke legermacht. Begin mei bleek dat tussen de 600 en 1000 doden vielen te betreuren in Beieren. Vele politieke moorden vonden plaats (elke vier dagen een). Het vertrouwen van arbeiders in de regering werd volledig ondergraven en dit vormde een breuk van de regering met de arbeidersbeweging.
Intussen waren op 19 januari 1919 de verkiezingen gehouden. De socialisten, katholieken en linksliberalen behaalden tezamen 76% van de stemmen. In 1920 was dat percentage overigens al teruggevallen naar 43%. Voor het eerst deden vrouwen mee met de verkiezing en er werden 37 vrouwen in de Rijksdag gekozen. Vanaf februari 1919 kwam de Nationale Vergadering bijeen in Weimar. Uiteindelijk nam de Nationale Vergadering op 31 juli 1919 de grondwet van de republiek aan.

Het verdrag van Versailles werd bekend op 7 mei 1919. Men verwachtte een redelijke schikking zoals de Amerikaanse president had voorgesteld. Maar het verdrag trof de regering als een mokerslag en overtrof de ergste nachtmerries. De Fransen waren rancuneus en wilde Duitsland zodanig treffen dat zij geen oorlog meer konden voeren. Duitsland kreeg twee weken de tijd om te reageren. Als zij het niet zouden aanvaarden zou Duitsland worden bezet. Het was een ultimatum. De regering kon het niet eens worden over het tekenen van het verdrag en trad af. Uiteindelijk werden twee ministers van het nieuwe kabinet afgevaardigd om het verdrag te ondertekenen.

Hoe zag het verdrag eruit? Het betekende dat het leger nog maar uit 100.000 man mocht bestaan en zonder tanks. De marine en de luchtmacht werden ontmanteld. Verder moest Duitsland 13% van het grondgebied opgeven en 10% van zijn bevolking plus aanzienlijk bodemschatten in die gebieden. Het moest Elzas-Lotharingen teruggeven aan Frankrijk. Saarland kwam onder mandaat van de Volkenbond. Het Rijnland werd gedemilitariseerd en bezet door Frankrijk en Groot-Brittannië. Oost-Pruisen werd gescheiden van de rest van Duitsland door de landengte bij Danzig dat Pools was. Een Anschluss met Oostenrijk werd verboden. Duitsland verloor al zijn koloniën. Verder moesten de Duitsers het enorme bedrag van 132 miljoen goudmark afbetalen met 2 miljoen per jaar (in werkelijkheid zou het bedrag lager uitpakken) en 26% van de export afstaan. En Duitsland werd als enige verantwoordelijk gehouden voor het uitbreken van de oorlog. Dat werd in Duitsland als zeer onrechtvaardig gezien. Het gevoel van vernedering, onrecht en verraad was groot en het revanchisme werd aangewakkerd.

De reacties van velen op het tekenen van het vredesverdrag waren negatief en dat werd afgewenteld op de regering. De al sterke rechts-radicale krachten kregen hiermee nog meer brandstof om de Weimar republiek te ondergraven.
Daar het leger tot een minimum beperkt was kwamen vrijkorpsen, dat waren paramilitaire eenheden, op. Rijkspresident Paul von Hindenburg, die medeoprichter van de vrijkorpsen was, zette die in. In totaal waren er 400.000 soldaten in alle vrijkorpsen tezamen.

Het verdrag, dat in januari 1920 in werking trad, zou de kop van jut voor de Weimarrepubliek worden. De geallieerden hadden geëist dat alle vrijkorpsen ontbonden werden. Generaal Walther von Lüttwitz weigerde om de marinebrigade van Ehrhardt te ontbinden. Hij werd uit dienst ontslagen en twee dagen later pleegde hij een staatsgreep tezamen met de ultranationalist kapitein Wolfgang Kapp. Lüttwitz verzocht Ehrhardt om met zijn brigade Berlijn te bezetten. Daarmee was de putsch Lüttwitz-Kapp tegen de republiek een feit. Na slechts een paar dagen was de putsch over door massale stakingen in Duitsland. De brigade werd opgeheven. Het leger stond zeer gereserveerd tegenover de republiek en de politiek en dat gold ook voor de hoogste militair. Het was een staat in een staat. Het had ook niet opgetreden tegen de putchisten (een leger schiet niet op een eigen leger!). Wel trad het leger tezamen met een aantal vrijkorpsen op tegen een grote proletarische opstand in het Ruhrgebied. Meer dan 1000 opstandelingen werden daarbij gedood. De paramilitaire organisaties, die nu illegaal opereerden, waren bij lange na niet allemaal opgeheven.
Een geheime rechts-radicale organisatie Organisation Consul werd opgericht waarin deels marinelieden uit de brigade Ehrhardt zich aansloten. Zij wilden de republiek omverwerpen. Minister van Financiën Matthias Erzberger werd door deze organisatie in augustus 1921 vermoord. Hij had mede het vredesverdrag ondertekend. Politicus, schrijver en korte tijd minister Walther Rathenau werd op 24 juni 1922 vermoord. Scheidemann overleefde een aanslag met blauwzuur. De ultraconservatieve Deutschnationale Volkspartei DNVP was een fel tegenstander van de Weimarrepubliek. De conservatieve elite waaronder de adel was de macht kwijtgeraakt ook omdat de monarchie ook in Pruisen was opgeheven. De protestanten waren sterk vertegenwoordigd in de DNVP.  Zij waren tegen het vredesverdrag, voor herstel van de monarchie en tegen de Joden. In 1924 waren zij de op een na grootste partij. Naast de rechts-radicale weerstand tegen de republiek was er de weerstand van de communisten. Zij waren tegen het verdrag van Versailles en zagen geen andere mogelijkheid dan de regering omverwerpen en een proletarische dictatuur te vestigen. Een mars naar de Rijksdag ontaardde in januari 1920 in een bloedbad. Ook daarna bleef de communistische partij, die vanuit Moskou steun kregen, betrokken bij vele stakingen en coups tot in 1923. Daarna viel het ledental van de partij sterk terug. Bovendien trokken Frankrijk en België in januari 1923 het Ruhrgebied binnen, daar Duitsland zich niet hield aan de afbetaling en zo konden zij zich verzekeren van steenkool. Dit leidde tot stakingen van arbeiders, ambtenaren en ondernemers en tot guerrilla-activiteiten in het Ruhrgebied. De Duitse regering, die zich passief verzette tegen de bezetting, moest de lonen van de stakers betalen maar kon dat niet. Dat leidde tot het bijdrukken van geld en tot een hyperinflatie waarbij het geld nog maar een-biljoenste deel van de waarde vertegenwoordigde van daarvoor. Mensen verloren al hun spaargeld.  De werkeloosheid werd heel hoog en de armoede was schrijnend. Mensen stierven op straat van de honger. Ruilhandel was de enige manier om aan eten te komen. De regering had in de herfst van 1923 tevens te maken met separatistische bewegingen in het Rijnland gesteund door de Fransen.

Hoe was het mogelijk dat de Weimarrepubliek dit allemaal overleefde? Vanaf 1924 brak een periode van rust aan.

 

Eind 1923 werd onder de intelligente en charismatische rijkskanselier Gustav Stresemann een nieuwe mark, de rentemark, ingevoerd en kwam de inflatie tot stilstand. Stresemann, toen als minister van Buitenlandse Zaken, wist het vertrouwen te winnen van de Fransen. Duitsland zou geen oorlog meer voeren. Hij slaagde erin om in het Ruhrgebied een zekere rust te bewerkstelligen. De verkiezingen van december 1924 lieten al een tendens tot deradicalisering zien. Radicaalrechts en links verloren. In oktober 1923 probeerde Amerika samen met Groot-Brittannië en Italië om iets aan de herstelbetalingen van Duitsland te doen.  Een commissie trad aan onder leiding van de Amerikaan Charles Dawes, die leidde in 1924 tot het enigszins afzwakken van de herstelbetalingen in het verdrag van Versailles. Tevens werd Duitsland in de gelegenheid gesteld om leningen af te sluiten in Amerika. In de commissie Owen Young uit 1929 werd afgesproken dat de herstelbetalingen tot 1988 konden worden afbetaald. Vanaf toen kreeg de bevolking meer vertrouwen in de Weimarrepubliek ook door een groeiende economie. Een stabiele periode brak aan en die zou tot 1929 duren. Het Ruhrgebied zou door Franrijk en België ontruimd worden wat in 1925 zijn beslag kreeg. In oktober 1925 was Duitsland een volwaardig lid bij de besprekingen over veiligheid in Locarno (dat waren ze niet geweest bij de vredesbesprekingen in Versailles). Daar werd de betere verhouding tussen Frankrijk en Duitsland bestendigd. In het Verdrag van Locarno werden de westelijke grenzen van Duitsland met de buurstaten vastgelegd.
Met Frankrijk werd afgesproken dat zij in 1930 de bezetting van het Rijnland zou opheffen.

Berlijn werd een bruisende stad op het gebied van kunst, cultuur, theater, concerten, musea en uitgaan. Het was levendiger dan de andere grote steden in Europa. Vrouwen waren vrijer. Het aantal kindergeboorten nam af tegen de zin van de overheid. Tenslotte had Duitsland al zoveel met name mannen verloren in de oorlog.

Bij de presidentsverkiezingen van 1925 werd de coalitie van socialisten, katholieken en linksliberalen nipt verslagen door de kandidaat van rechts, de 77-jarige Hindenburg. Ook de Beierse volkspartij stond achter de kandidatuur van de oude vuurvechter. Hindenburg werd tot rijkspresident verkozen. Niet iedereen was blij met deze man op die plek.

De Weimarrepubliek ontwikkelde zich tot een progressieve welvaartstaat met uitgebreide sociale voorzieningen voor oorlogsinvaliden, oorlogsweduwen, armen, werkelozen, de jeugdwelzijn, gezondheidszorg en woningnood. Tevens had men preventieve programma’s op het gebied van tuberculose en van kindersterfte. Dit pakket was echter te groot voor de overheidsfinanciën en dus onbetaalbaar.

Stresemann stierf in 1929, vier weken voordat de grote beurscrisis in Amerika uitbrak, die leidde tot de Grote Depressie. De crisis van 1929 was de ernstigste crisis ooit. Overal gaf dit onoverkomelijke problemen. In Duitsland kwam de depressie harder aan dan in andere landen ook omdat Duitsland zoveel Amerikaanse leningen was aangegaan. De leningen moesten op korte termijn worden terugbetaald en dat betekende dat de economie volledig in elkaar klapte. De werkeloosheid in Duitsland liep op naar 6 miljoen mensen (tot 30%) en de werkeloosheidsuitkering kon niet meer betaald worden. De industrie, de banken en de boeren raakten in de problemen. En dat gold ook voor andere sociale voorzieningen. De armoede nam enorm toe. De Grote Coalitie kwam ten val. De Rijksdag werd naar huis gestuurd. Hindenburg, die de SPD niet meer in de regering wilde, benoemde Brüning, leider van het Zentrum, als rijkskanselier, een starre en afstandelijke man, die inzette op deflatie. Hij verlaagde lonen, uitkeringen, e.d. Hij liet de armoede onverantwoord hoog oplopen. Straatgevechten van communisten en SA (Sturm Abteilung, een knokploeg van de nazi’s) braken uit en er vielen doden. Het vertrouwen van de bevolking in de politiek daalde sterk. Er waren gevoelens van angst en onvrede.

Radicale partijen zoals de NSDAP, die met een ander verhaal kwamen, werden aantrekkelijker. In 1928 had de NSDAP bij de verkiezingen nog maar 2,8% van de stemmen behaald. De financiële crisis was koren op de molen voor Hitler en de partij steeg in de peilingen. Ook vrouwen gingen nu op deze partij stemmen, ze waren tegen het geweld van de SA  geweest, maar hun antisemitische en anticommunistische houding sloot aan bij de nazipartij. De NSDAP straalde actie en vitaliteit uit. Zij wilde het volk verenigen in een volksgemeenschap en geen standsverschillen. Zij wilde een einde aan de chaos en de verdeeldheid. De nazipartij gaf een perspectief met een duidelijk doel. Door de depressie werd de NSDAP salonfähig. In 1930 behaalde de NSDAP 18,3% van de stemmen en in 1932 zelfs meer dan tweemaal zoveel.

De Weimarrepubliek werd steeds zwakker. Er was geen steun meer van het leger voor Brüning. Franz von Papen pleegde een coup en vormde zijn kabinet Papen, het baronnenkabinet. Hij was een discipel uit de entourage van Hindenburg. Intussen was Hitler’s partij de grootste geworden met 37,4% van de stemmen. Het tijdelijk verbod op de SA, dat tot 400.000 leden was gegroeid, werd al eerder opgeheven en het geweld op straat keerde terug. Het kabinet regeerde via nooddecreten en slechts zelden werd de Rijksdag bijeengeroepen. Papen probeerde de Rijksdag te ontbinden maar een massaal gesteunde motie van wantrouwen voorkwam dat. Het kabinet viel al na zes maanden, en Kurt von Schleicher speelde daar een belangrijke rol in. Opnieuw werden nieuwe verkiezingen uitgeschreven (de vijfde dat jaar). Hindenburg besloot om Hitler niet tot kanselier uit te roepen wat een enorme teleurstelling voor de NSDAP-leider was. Dit keer verloor de NSDAP ruim 4% van de stemmen ten opzichte van de vorige verkiezingen. Hindenburg installeerde het kabinet Schleicher, die minister van defensie onder Papen was geweest en die toen in het bijzonder de belangen van het leger diende. De grootgrondbezitters en ook wel de grootindustrielen, die het oor van Hindenburg hadden, keerden zich tegen een voorstel voor landhervormingen dat ook Hindenburg niet zinde. Het front tegen Schleicher werd sterker en hij verloor het vertrouwen van Hindenburg en moest zijn kabinet terugtrekken. In de ‘Nacht van de Lange Messen’, toen afgerekend werd met de hele SA top, werd ook Schleicher gedood. Papen had met zijn kabinet te weinig laten zien en had geen steun in de Rijksdag of bij de bevolking, daarom kwam Hitler in beeld.
Nu stelde Hindenburg Hitler wel aan als rijkskanselier op 30 januari 1933, die aldus op een legale manier aan de macht kwam. Hindenburg had dat niet hoeven doen, maar de presidentiële kabinetten onder zijn vrienden Br
üning, Papen en Schleicher waren geen succes geweest. De NSDAP was weliswaar over zijn hoogtepunt heen. En in 1932 was het dieptepunt van de economische crisis voorbij. Maar Hindenburg wilde niet dat de SPD weer in de regering kwam. Ook Papen speelde daar een rol in, hij zon op wraak vanwege de rol van Schleicher in de val van zijn kabinet. Hij wilde samen met Hitler een kabinet vormen.  Papen eiste de rol van van vice-kanselier op in een kabinet Hitler. In dat kabinet waren maar twee ministersposten ingeruimd voor NSDAP-ers en de rest van de ministers waren conservatieven, die zouden Hitler wel in toom kunnen houden dacht men. Hitler werd tot rijkskanselier benoemd. Maar de dag na het aantreden van dit kabinet was de wereld al heel anders. Hitler wilde de agenda zoals vastgelegd in zijn boeken Mein Kampf uitvoeren. De Volksgemeinschaft stond bovenaan waarbij er geen klasse- of standsverschillen waren. Zo probeerden de nazi’s het volk te mobiliseren. Het betekende wel dat Joden, communisten, zigeuners en zwakzinnigen werden uitgesloten. Dit zou later leiden tot moord en genocide. Het Verdrag van Versailles werd terzijde geschoven, het leger uitgebreid, het Rijnland geremilitariseerd, herstelbetalingen gestopt. Hitler werd als een godheid vereerd. Bij de verkiezing van 5 maart 1933 kreeg hij 288 zetels, nog geen meerderheid. Maar met enkele rechtse partijen kon hij een machtigingswet aangenomen krijgen en werd het parlement buitenspel worden gezet.

Met het aantreden van Hitler kwam de Weimarrepubliek aan zijn einde.

Epiloog

Voor Duitsland was een democratie en een republiek nieuw.  Zowel aan de linkse als rechtse kant zag de bevolking daar niets in. Ze hadden wel al politieke partijen sinds 1871, maar die vielen onder het Duitse Keizerrijk. De crisis na de Eerste Wereldoorlog bracht de Wiemarrepubliek aan het bewind. Die republiek heeft geen tijd gehad om zich te settelen. Door de hevige financiële crisis van 1929 werd het zwakke vertrouwen in een democratie en republiek gebroken. Hierna kwamen de nieuwe partij van nationaal-socialisten onder Hitler aan het bewind.

Na de Eerste Wereldoorlog werden drie rijken opgeheven, het Habsburgse Oostenrijkse rijk, het Ottomaanse rijk en het tsaristische Rusland. Zij worden als de verliezers gezien. De regio’s Centraal-, Oost- en Zuidoost-Europa waren uiterst instabiel tot circa 1923.

 

 

Literatuur
Patrick Dassen, De Weimarrepubliek 1918-1933. Over de kwetsbaarheid van de democratie (Amsterdam 2021)
Frits Boterman, Arnold Labrie en Willem Melching (red.), Na de catastrofe. De Eerste Wereldoorlog en de zoektocht naar een nieuw Europa (Amsterdam 2014)
'Weimarrepubliek. De Duitse 
republiek van 1919-1933', nl.m.wilipedia.org
   en vele andere wikipedia artikelen

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.