Wat is er gebeurd met de indianen?

Gepubliceerd op 18 september 2023 om 17:36

Het woord indiaan is gebaseerd op de aanname van de Spaanse ontdekkingsreizigers, dat zij in Indië (in het Spaans Indios) en dus in Azië waren aangekomen. Zij zagen de Nieuwe Wereld voor India aan. Nu wordt de term indiaan gebruikt voor de bewoners van Noord-, Midden- en Zuid-Amerika. Ik bespreek hoe de indianen in Amerika kwamen, hun beschaving en cultuur, de komst van Europeanen, en de verschillende belangrijke indiaanse volkeren.

IJstijd en landbrug

Er waren in Siberië vestigingen van mensen omstreeks 16.000 jaar voor Chr. De landengte over de Beringstraat verbond Siberië met Amerika (het latere Alaska). Jagers volgden de kudden van groot wild over de landengte naar Amerika.  Het groot wild bestond uit mammoets, bizons, paarden, kamelen e.d. Aan het einde van de ijstijd kwam met het smelten van het ijs de landengte zo’n 10-12.000 jaar geleden onder water te staan. Aan het einde van de ijstijd was Noord-Amerika nog bedekt met ijskappen. De dieren en jagers konden of langs de kust of tussen de ijskappen door naar het zuiden trekken. Het groot wild stierf uit en men moest omzien naar andere manieren om zich te voeden. Rond 10.000 jaar geleden waren er al mensen zo zuidelijk als Chili.

Er zijn bronnen (antropologische en archeologische) die op een nog veel oudere beschaving wijzen. Maar waar kwamen die vandaan?  Een andere manier om in Amerika te komen was er niet. Met kano’s of kleine boten van dierenhuiden was de overtocht uit het Europa, Australië en Azië te gevaarlijk en feitelijk ondoenlijk. 

Beschaving en cultuur

De beschaving in de Nieuwe Wereld is minstens zo oud als die in de Oude Wereld. Het ging om de tijd van Mesopotamiërs en Soemeriers. De indianen waren waarschijnlijk net zo hoog ontwikkeld als niet hoger dan de bewoners van Mesopotamië. Ze waren net zo talrijk, waarschijnlijk leefden er circa 100 miljoen mensen in de Nieuwe Wereld. In de steden van Amerika werden ook grote bouwwerken opgericht en daarnaast grote piramides.
Ze gebruikten drie kalenders namelijk een van 360 dagen plus 5, een van 260 dagen en een eeuwigdurende kalander.

Indianen waren door de oceanen geïsoleerd van andere gebieden, dus konden de Indianen niet leren van de kennis en ervaring van andere volkeren. Zoals de Europeanen konden leren van de Chinezen. Ze hadden wel boten van dierenhuiden maar die bleven onder de kust en werden voornamelijk voor de visvangst gebruikt.
Voor het transport over land waren ze aangewezen op lama’s of alpaca’s of op dragers. Ze hadden wel het wiel uitgevonden maar dus ook geen trekkarren of paard en wagens. De Andes en het moerasachtig kustgebied was niet geschikt voor wagentransport. Ze kenden niet het metaal. Dus hakbijlen en zagen waren van steen of hout en niet zeer effectief.

Indianenvolkeren waren egalitair, iedereen was gelijk, geen arm en rijk. Vrouwen hadden geen dienende rol. Zij gaven ook leiding terwijl de mannen de leiding over het leger hadden. Hun natuurlijke vijanden waren andere indianenstammen. Toen de Spanjaarden kwamen wisten ze geen raad met deze onbekende mensen.

Boeren

De boeren waren akkerbouwers, ze hadden geen veeteelt. Ze teelden katoengewassen voor het maken van kleren. De Spanjaarden namen de kennis over katoen mee naar Europa, net als dat gold voor zoveel onbekende vruchten van het land waaronder mais, bonen en pompoenen.
Mais was in de Nieuwe Wereld al 4.000 jaar bekend. Daarentegen werden runderen in de Amerika’s ingevoerd vanuit Europa.

Indianen waren goed in landbouw zonder dat zij kunstmest gebruikten.  Zij ontwikkelden het Milpa-systeem, waarbij mais, bonen en pompoenen in een bed door elkaar worden geteeld. Die culturen pasten bij elkaar en gaven een hoge opbrengst en putten niet de grond uit.
In het Amazonegebied was de grond over het algemeen weinig vruchtbaar en bestond slechts uit een dunne laag aarde. Enige verbetering via houtskool en afval kon worden bereikt. In de Amazone werden gereguleerde bosbranden toegepast om nieuwe grond vrij te maken. Zo hielden de Indianen het gebied open.

Paleo-indianen waren de vroegste bewoners van Amerika. Rond 15.000 jaar gelden kwamen zij naar de Nieuwe Wereld (sommige geleerden denken dat zij zelfs al  50.000 jaar geleden waren gekomen). Met Meso-Amerika wordt het centrale en zuidelijk deel van Mexico aangeduid. Daarboven had je Centraal Amerika met het huidige Costa Rica, Nicaragua en Honduras. Dat was het gebied van de Azteken en Maya’s. Zij woonden in steden of waren boer. In de Andes leefden de Inca’s en in Midden-Amerika de Olmeken, Zapoteken en ook de Maya’s.  In Noord-Amerika leefden de prairie-indianen, op de Great Plains. Zij woonden in tipi’s (ronde tenten)nen jaagden op bizons. En zij leefden ook als boer en teelden de gewassen mais, bonen en pompoenen, katoen en tabak. Er waren machtige stammen zoals de Sioux, Apache, Cherokee, Cheyenne, Navajo en de Irokezen met Hiawatha. Andere stammen kwamen op maar verdwenen ook weer zoals de Wanpanoag, Cheesapeak, de Chickahominie en Potomac.

De zeer vroege technologische complexe culturen werden ontwikkeld in Meso-Amerika, en daarnaast ook in de Oude Wereld zoals Egypte, Mesopotamië, de Indusvallei en China.

Komst Columbus

De komst van Columbus en zijn Spaanse navolgers had een enorm effect op de Nieuwe Wereld. Niet alleen dat de Spanjaarden oorlogszuchtig waren en belust op goud, maar zij verspreidden ziekten waar de Indianen geen weerstand tegen hadden. Hun genetisch systeem was anders ingericht en daardoor bouwden ze geen weerstand op. Slechts 3% van de inheemse bevolking in de kustgebieden bleef over na 9 epidemieën: van waterpokken, longpest, griep, mazelen, bof, tyfus e.d.

Bovendien waren hun mores anders. Als iemand ziek werd kwam iedereen rond het bed zitten. Zij kenden niet het risico van besmettelijkheid en pasten dus geen quarantaine toe.

In Europa werden veel ziekten overgedragen van boerderijdieren op de mens: van koeien, varkens, schapen en andere beesten. De Europeanen bouwden weerstand op. Vee dat in de Nieuwe Wereld niet voorhanden was of niet getemd werd. Dus werd er geen weerstand opgebouwd tegen infectieziekten van huisdieren.

De Azteken werden binnen drie jaar onder de voet gelopen door Cortes en zijn mannen. De wapens van de Indianen maakten geen schijn van kans tegen de vuurwapens, kanonnen, musketten, harnassen en degens. Bovendien was het paard een effectief strijdmiddel. In de periode daarna, 1530-1540, werden de Inca’s onderworpen nadat hun Incakeizer ziek was geworden en het rijk uit elkaar viel. Maya’s lieten zich niet zo gemakkelijk onderwerpen, dat gebeurde pas in de 17e eeuw. In Noord-Amerika waar destijds zo’n 12 miljoen Indianen woonden bleven er maar 250.000 van over door de besmettelijke ziekten.  In de 17e eeuw werd de Spaanse heerschappij in Zuid-Amerika meer gestructureerd. Het beginsel van de Encomienda werd ingevoerd waarbij de bewoners in groepen werden onderverdeeld en toegewezen aan een Conquistador. Indianen behielden hun grond. Mensen met een paard kregen meer grond. De Katholieke kerk speelde een grote rol en kwam op tegen de achterstelling van de inheemse bevolking.
Municipios, steden met een rechthoekig stratenpatroon en een plein in het midden, werden gesticht.

De Spanjaarden vonden delfstoffen waaronder zilver. Een vijfde van de waarde van de delfstoffen ging naar de Spaanse koning.

Bijlage 1 De belangrijkste Indianenstammen
Inca’s

De Inca’s bewoonden de Oostelijke kuststeek van Zuid-Amerika bestaande uit een deel van Colombia, Ecuador, Peru, Bolivia en een deel van Chili. Het besloeg in de lengterichting 3.000 km en in de breedte 500 km. Er waren in de Noord-Zuid richting twee wegen, een kustweg en een weg over de bergen. De hoofdstad was Cuzco. Het Incarijk kwam op vanaf 1200, hoewel andere bronnen de stichting van het rijk leggen bij de negende Sapa Inca Pachacutek, die regeerde van 1440 tot 1470. Vorsten voerde de titel van Sinchi. Onder Huayna Capac, die leefde rond 1520 ging het fout. Deze Sinchi kon niet aan de verwachtingen voldoen. De staat was georganiseerd in drie bestuurslagen, de Sapa Inca, een Rijksraad van vier onderkoningen en 8 Suyu’s, 60 tot 80 provinciegouverneurs en daaronder de dorpen (verdeeld in hoofdschappen). Het bestuur was gebaseerd op overleg en onderhandelingen niet op dwang. Het was een redelijk vreedzame samenleving. De Sapa Inca beloonde notabelen om hun loyaliteit te verkrijgen. Het Panaca systeem betekende dat alle bezit eeuwig bij de vorst bleef ook na diens overlijden. De dienaren moesten het werk voortzetten voor de mummie van de vorst, die het bezit behield, waar de afstammelingen van profiteerden. Het gevolg was dat de opvolger als Sapa Inca geen bezit had. Hij moest inkomsten verwerven via het voeren van oorlogen en het heffen van belastingen om aan alle verplichtingen te voldoen. De bevolking bestond uit 8 miljoen Inca’s. Zij hadden geen schrift. Ze legden economische informatie vast via knopen in koorden van verschillende kleuren (quipu’s). Er waren twee soorten van inkomsten voor Sapa Inca, belasting in natura en werkkracht voor het centrale bestuur (irrigatiekanalen, terassenbouw, wegen, e.d.). Cuzco was voor bestuur, economie, goederendistributie het centrale punt. Het transport ging via lama’s, niet met paarden en wagens. Inca’s kenden geen metaal, ze werkten met botten en schelpen. Ze kenden ook de ploeg niet. Ze gebruikten tienduizenden lama’s. Inca’s, die gingen trouwen, kregen land van de gemeente. Als ze kinderen kregen betekende dat meer land. Het belastingsysteem werd geheven op basis van getrouwde mannen (gezinshoofden) tussen 25 tot 50 jaar oud.
Het mummie systeem vereiste dat de belastingen steeds hoger werden om aan alle verplichtingen te voldoen. Dit leidde tot diverse opstanden. Het bekende dat de sociale orde vervangen werd door meer sociale controle.
De Inca’s aanbaden de zonnegod, die de vruchtbaarheid garandeerde. Vorsten stamden af van de zonnegod. De Inca’s vereerden hun zonnegod in tempels, waar priesters mensen hielpen met hun leven.  De rituele feesten waren het oogstfeest en het zaaifeest. Aan de zonnegod werden offers gebracht in de vorm van dierenoffers, en mensenoffers zoals krijgsgevangenen, kinderen van notabelen (bij een misoogst), e.d.
Het Incarijk kreeg problemen door de teruglopende vruchtbaarheid van de grond. De een na laatste vorst stierf in 1525 door waterpokken. Een ziekte gebracht door de Spanjaarden. Pizarro kwam aan in het Incarijk in 1527. Hij nam de laatste vorst Atahulpa gevangen.  

Olmeken en Zapoteken
Zij bewoonden Midden-Amerika waar nu Guatemala ligt vanaf 3000 jaar geleden. Ze waren sedentair dus geen jager/verzamelaar cultuur maar boeren. Dorpen groeiden uit tot steden, alwaar specialismen werden bedreven in formele organisaties bestuurd door vrijgestelden. Steden waren niet agrarisch. Zij deden o.a. aan weven, aardewerk produceren. De bekendste Olmeekse steden waren Monte Alban en Oaxala. Zij vonden obsidiaan, vulkanisch glas.
De Olmeken werden overvleugeld door de concurrerende stam van de Zapoteken. De bekendste Zapoteekse stad was Teotihucan. Aan het begin van de jaartelling woonden daar 50.000 mensen. Rond Teotihucan waren geen andere steden en nauwelijks dorpen.  Uiteindelijk liep het inwonertal op naar 300.000. Het ruilmiddel waren cacaobonen. De stad werd geteisterd door voedseltekorten. De stad werd rond het jaar 1000 ontvolkt.
Hun godsdienst was meer nog dan de Inca’s gericht op vruchtbaarheid, ook zij vereerden de zon en ze maakten gebruik van een zonnekalender. Ook zij brachten mensenoffers op de dag dat de zon geen schaduw had. Zij hadden piramides, heuvels met stenen en terrassen.

 

Maya’s

De Maya’s woonden in de gebieden die nu Guatemala, Honduras en Belize heten. Ook nu leven daar nog circa 40 miljoen Maya’s, veelal in armoedige omstandigheden.
De Vroege- en Midden-Preklassieke Maya’s leefden van 1800 v. Chr. tot 300 v.Chr. De Zuidelijke groep leefden van 300 v. Chr. tot 700. De Noordelijke groep leefden van 800 tot 1200. Daarna kreeg je de postklassieke en koloniale periode. De bekende steden of stadstaten waren Palenque, Copan, Ceros en Tikal. Dezer laatste stad had rond het jaar 600 een inwonertal van 60.000. Deze steden werden volledig verlaten na 1250. De ontwikkeling werd beperkt door het gemis aan natuurlijke hulpbronnen zoals metaal, vee en zoet water. Hun wetenschappelijk en technische kennis was aanzienlijk. Ze kenden het obsidiaan waarmee hele scherpe voorwerpen konden worden gemaakt. Handel was belangrijk en de steden hadden markten. Het transport werd door dragers verzorgd. Het wisselgeld waren cacaobonen, lappen katoen of kralen van jade.

Toen de Spanjaarden kwamen was het verleden en de cultuur vergeten. De Franciscanen bekeerden de Maya’s tot het christendom. In 1562 werden 5000 afgodsbeelden en boekrollen verbrand. Een Spaanse bisschop Diego de Landa schreef in 1579 een boek over de Maya’s getiteld Relacion de las Cosas de Yucatan. Een ontdekkingsreiziger Stephens vond een aantal Maya ruïnes.
De Maya’s hadden een schrift, een kalender, kenden zon, maan en sterren (kosmologie en astronomie). Het Maya schrift is ten dele ontcijferd met name dat uit de hoogtijd maar niet uit de vroege periode. Ze gebruikten twee kalenders, een cyclus van 52 jaar en een van 260 dagen verdeeld in 13 manden van 20 dagen. Een dag in de 52 jaar vallen de twee systemen samen. De Maya’s gebruikten een twintigtalig stelsel en vonden de 0 (nul) uit.
De vruchtbaarheid van de grond was beperkt. Zij pasten laagbouw (als grond uitgeput na twee of drie oogsten werd een nieuw stuk afgebrand) toe, dat kan alleen als je veel grond hebt. Maar de Maya samenleving was dichtbevolkt. De variëteit aan voedsel was groot: mais, pepers, pompoenen, bonen, vis, konijnen, kalkoenen. Ze kenden ook katoen.
De Maya’s bouwden tempels, veelal als schalen over elkaar heen. Het waren trappyramides en zij dienden als grafmonumenten en om mensen te offeren.
De Maya’s maakten geen verschil tussen economie en ideologie. Ze kenden drie elementen: sjamanisme, zonnecultus en sacraliteit van de vorst. De vorst zorgde als tegenprestatie voor vrede, vruchtbaarheid en voorspoed. Er was een nauwe band tussen vorst, volk en de grond. Vorsten stamden af van de goden. Hun titel was Ahan. De taak van de vorst was dat ze voor voldoende voedsel zorgden. Als niet, werd de vorst verlaten en trokken mensen weg. De Maya mythologie ging in op de rituele relatie tussen de mens en zijn omgeving. Zij gingen uit van drie lagen: onderwereld, aarde en hemel. Maya’s geloofden dat de mensen door apen waren gemaakt of in apen waren veranderd. Ze waren geschapen door twee apen Hun-Ahan en Hun-Cheven die van de goden toestemming hadden gekregen om die uit klei te boetseren. Circa 6 miljoen Maya’s volgen nu nog de oude mythologie. De Maya’s kenden het balspel gespeeld met een zware rubberen bal. De verliezer werd geofferd.

Azteken

Na de val van het Toltekenrijk verspreidden de Azteken zich over Mexico. De kennis over dit volk komt voornamelijk van de Spanjaarden zoals uit brieven van Cortes. Cortes maakte vele ontdekkingstochten en probeerde het volk te bekeren. Bernaldiaz de Castello schreef een boek over “Historia de la conquiste de la Nueve España”. Met name missionarissen schreven over de cultuur van de Azeken zoals Bernardino de Sahagun en Diego de Duran “Historia de las Indias de la Nueve España”. Archeologisch is er weinig gevonden. De beschaving is begonnen op enkele eilanden in het Texcocomeer. Er waren twee belangrijke steden Tenochtitlan, het bestuurscentrum, en Tlateloico, het handelscentrum. De grond was vruchtbaar en met een toenemende bevolking werd er meer van het meer ingepolderd. De producten waren mais, groenten, fruit, pepers en bloemen.
Het bestuur bestond uit twee lagen vorst, regionale gouverneurs en daarna de familiehoofden.  De legitimiteit van de vorst werd verkregen door het uitdelen van grond en van geschenken. Vaak was de grond veroverd op andere stammen. De Azteken smeden een triple alliantie met Texcoco en Tlacogan, maar kregen steeds meer de overhand. Het Azteekse rijk kwam op rond 1450-1460. De taal is goed bekend, het coatl, en wordt nu nog gebruikt.  De notabelen moesten in de stad wonen dan konden ze in de gaten worden gehouden. Tenochtitlan ging spectaculair groeien maar kreeg met voedselschaarste te maken. Onder Montezuma I werden grote werken ondernomen met dammen naar het vaste land en aquaducten om water af en aan te voeren. Het meer begon te verzilten, dat werd een probleem voor de opbrengst van gewassen. Het meer werd opgedeeld in zoet en meer zout. Chinampas (drijvende tuinen) werden aangelegd en dat was de redding voor Tenochtitlan. Tot 100.000 inwoners ging dat goed maar de bevolking groeide naar 200.000.
Er was scholing voor de bovenlaag met lezen, schrijven, rekenen, geschiedenis, bestuurskunde en godsdienst. Ook het gewone volk ging naar school.  De afstand tussen notabelen en het gewone volk werd qua rijkdom groter. Van de notabelen werd verwacht dat zij mee moesten vechten in de oorlogen tegen andere volken. En dat gold ook voor de priesters. De kooplieden waren rijk, de markten waren enorm.
De vorst was sacraal en had toegang tot de goddelijke voorvaders. Het Huitzelipochli was het Azteekse pantheon. Als de veroveringen niet slaagden werden er mensen geofferd. De macht van de Azteken werd door de Spanjaarden beperkt. Maar volgens de Azteken zou de belangrijkste god Quetzalcoatl terugkomen. Na overwinningen van de Azteken braken ziektes uit. In een grote aanval op Tenochtitlan wonnen de Spanjaarden onder Cortes. Tlatexcala wordt niet onderworpen maar Cortes sloot een verdrag met de stad. De Azteken hadden een klein staand leger maar het kon snel een groot leger op de been brengen. Het was een samenleving met een militaristische inslag.
Alle belangrijke ambten vielen toe aan de adel en uit hen werd de vorst gekozen.

De wereld waarin ze leefden was de vijfde, de andere vier waren ondergegaan door kosmische rampen. De wereld werd bestuurd door een hoge god zoals Quetzalcoatl. De zon was het centrale symbool. De zonnegod was zwak na de ondergang van de vierde wereld. Bloed werd geofferd om hem weer er bovenop te laten komen. Na 52 jaar werd alles donker en moest er vuur komen. Mensen werden bijna dagelijks geofferd, mogelijk waren het er honderden als niet duizenden. Het vuur werd naar alle delen van het rijk gebracht. Rijke kooplieden kochten een slaaf om te offeren.
De tribuut van de onderworpen steden werd hoger en zij kwamen in opstand. Tlaxcalanen kregen een diepe haat tegen de Azteken.
Montezuma II regeerden van 1502 tot 1519. Er was niets meer verder te veroveren. Grond en geschenken konden niet meer geschonken worden. Tenochtitlan was te groot geworden en had te maken met hongersnood. Toen kwam een nieuw volk, de indianen dachten dat het Quetzalcoatl was, maar het was Cortes. Driekwart van de Spanjaarden werd in de pan gehakt, maar 150 man trokken zich terug naar Tlaxcala.

Mississippi volken

Zij leefden in Noord-Amerika rond de Mississippi in Ohio. Het was dichtbevolkt en zij voedden zich met  mais, groente en fruit. Het voedsel was eenzijdig.
Uit archeologische vondsten weten we meer over de stad Cahokia dat met 20.000 inwoners de grootste was. Het was gebouwd op een kunstmatige heuvel van 7,5 ha. Het bos rond die plaats werd gekapt en met de 15.000 gekapte bomen werd een palissade rond Cahokia opgetrokken. Het gebied kreeg uiteindelijk te maken met de uitputting van de grond en tezamen met de dichte bevolking ging deze beschaving na circa 500 jaar ten onder (tussen 1300 en 1400). Het volk kende geen lastdieren. Niettemin werd over grote afstanden van 400 tot 900 km gehandeld.
De organisatie was redelijk complex met vorst, centrale bestuurders en regionale bestuurders. Bij het sterven van de vorst werden ook zijn vrouw en dienaren gedood.
Zij pasten astronomische waarnemingen van zon, maan en sterren toe.
Een andere indianenstam, de Natchers ook in Mississippi, werd beschreven door verschillende Fransen in de 18e eeuw. De Natchers hadden een zeer hiërarchische samenleving. De Natcher indianen waren van top tot teen getatoeëerd. Zij liepen zomers naakt en in de winter met huidenmantels. Ze waren redelijk welvarend.

 Epiloog

Er leven nu nog zo’n 40 miljoen indianen in Zuid-Amerika, Meso-Amerika en Noord-Amerika.  Het grootste aantal woont in Zuid-Amerika, de Andes en in voormalig Meso-Amerika (Mexico en Guatemala). Het zijn afstammelingen van de verschillende oorspronkelijke stammen.  Zij hebben hun leefgebied verloren en behoren tot het armste deel van de bevolking.  Met de rechten van indianen is het nog droevig gesteld. In Noord-Amerika zijn er nog circa 5,5 miljoen indianen, die deels in reservaten wonen.

 

LITERATUUR

Sjoerd de Jong, ’Skelet in de smeltkroes. Kennewick Man en de herkomst van de Amerikaan’, NRC.nl (5/10/2001)
‘Indianen.
Oorspronkelijke bewoners van Amerika’, Wikipedia
Brian Fagan, People of the earth. An Introduction to World History (1998) pp 177-191
‘Collegedictaat dr. Vogel, Geschiedenis van Spanje en koloniaal Spaans-Amerika’, Universiteit Leiden studiejaar 1998-1999
‘Collegedictaat prof. Claesen, De gang van de cultuur over de aard’ HOVOcursus 5 okt-12 1999
‘Collegdictaat prof. Claesen, De Zonnekoninkrijken van Amerika- Beschouwingen over Inca’s, Maya’s en Azteken’, HOVO cursus 13 okt-8 dec 2000
R.P. Schaedel, ‘Early State of the Incas’, in H.J.M. Claessen en P. Skalink, The Early State (Mouton Publishers 1978),  Hoofdstuk 14
H.J.M. Claessen, ‘State and Land in the Realm of the Incas’, in Landless and Hungry? Acess to Land in Early and Traditional Societies, Seminar Leiden 20-21 juni 1996, pp 133-142
H.J.M. Claessen, ‘Centralisatie en decentralisatie in het Incarijk’, in YumTzilob, 8e jaargang 1996,
pp 149-163
Stephen Reese, Maya Mythologie-Een overzicht (avareurgente.com 28-3-2023)

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.