China: Hoe ontwikkelde het zich en wat zijn de verwachtingen?
China heeft een onvoorstelbaar snelle ontwikkeling doorgemaakt. In de jaren 70 en 80 was China nog louter een agrarische samenleving met veel armoede en nogal achterlijk. Sindsdien is de industriële en agrarische ontwikkeling snel gegaan. Zij was op weg om de nummer een positie in de wereld in te nemen. Onder Xi Jinping lijkt een breuk in die ontwikkeling gekomen.
De historische ontwikkeling
De beschaving van China is ouder dan de Westelijke beschaving. Men spreekt van 5000 jaar geschiedenis en 7000 jaar cultuur. Archeologen vonden een homo sapiens tand van 125.000 tot 80.000 jaar geleden. De eerste dynastie is van 2100 v.Chr. en deze Xia dynastie duurde een millennium. De oudste geschreven bronnen zijn van de 13e eeuw v. Chr. Vanaf de 5e eeuw v. Chr. werd de filosofe van Confucius aangehangen: sociale hiërarchie, sociale plichten, handhaving maatschappelijke orde, ook zelfontplooiing, educatie en pacifisme.
China was eerst een feodaal koninkrijk en daarna van 221 v. Chr. tot 1911 n. Chr. een keizerrijk. In de derde eeuw v. Chr. kwam de eerste keizer Qin Shi Huangdu aan het bewind. Daarmee werd de Qin dynastie gevormd. De term China komt van Chin of Qin (zelfde uitspraak). Een technologische en wetenschappelijke ontwikkeling kwam op met de uitvindingen van het buskruit, het kompas, de klok en de drukkunst. En men standaardiseerde de Chinese karakters, het meetsysteem, de breedte van wegen, het geldstelsel, etc. Qin begon aan de bouw van de Chinese Muur. Ook liet hij het terracotta leger beeldhouwen om belagers af te schrikken. Het was gebouwd in de vier windrichtingen maar slechts een windrichting is tot nu toe gevonden. Ruim 700.000 arbeiders hadden eraan gewerkt.
Tijdens de Tang dynastie van 618-907 was Xian de grootste stad met 1 miljoen inwoners, veel groter dan welke stad ook ter wereld. De Tangdynastie was qua cultuur zeer hoog ontwikkeld op het gebied van dichtkunst, kalligrafie en schilderkunst.
Kublai Khan, heerser van Mongolië, vestigde de Yuan dynastie, die de laatste resten van de Song dynastie veroverde in 1279. Marco Polo, ontdekkingsreiziger en handelsman, kwam samen met zijn vader en zijn oom naar China rond 1280 tijdens de Yuan dynastie . Zijn eerste contact was met Koeblai Khan, voor wie hij vele reizen door China maakte. Al die unieke informatie, ook over Indië en Perzië, legde hij na zijn terugkomst in 1295 vast in een boek. Ook dingen die onbekend waren in Europa beschreef hij zoals papiergeld, steenkool, het bestaan van Japan, etc.
Onder de Ming keizers 1368-1644 lag de nadruk op Chinese waarden en werd de invloed van buitenaf geweerd. Het werd een periode van isolatie van het westen en van andere staten.
Bijna een eeuw vanaf het midden van de 19e eeuw wedijverden buitenlandse mogendheden om allerlei concessies af te dwingen. De Opium oorlogen tegen Groot-Brittannië en Frankrijk leidde tot de opening van de havens en het verlies van Hongkong aan de Britten. Tevens moest China het Koreaanse schiereiland opgeven. Bij de hongersnood van 1876-79 verloren 8 tot 13 miljoen mensen het leven. In de Bokseropstand (1899-1901) probeerden de Chinezen de invloed van de buitenlandse imperiale mogendheden te elimineren. Dit lukte echter niet. China was in totale chaos en functioneerde als een kolonie van Westerse machten.
De laatste keizer, de 5-jarige Pu Yi in de Qing dynastie, werd in 1911 van de troon gestoten in de Xinhai-revolutie en de republiek werd uitgeroepen.
De communisten en nationalisten in oorlog
De eerste president van de Republiek was in 1919 de charismatische Sun Yat-Sen, die de leider was van de revolutie. Hij wordt gezien als de grondlegger van het moderne China. In de Eerste Wereldoorlog koos China de kant van de geallieerden. Het was voor de republiek een onrustige tijd, verschillende groepen onder bevel van warlords controleerden delen van China. Sun Yat-Sen deed dat tot zijn dood in 1925 in delen van Zuid-China. Na 1925 kwam een einde aan de warlords-periode toen Chang Kai-shek president werd. Zijn republiek heette Kwomintang-China. Hij had het bevel over het nationale revolutionaire leger. Hij installeerde Pu Yi als keizer. De Kwomintang regering werd door Rusland en Amerika erkend. En de bevolking stond in het begin achter de nationalistische Kwomintang regering. Echter al rap bleek dat de corruptie en zelfverrijking ten koste van de bevolking door de overheid, ambtenaren en militairen extreme vormen aannam.
De communistische partij was in 1921 door Mao Xedong opgericht. Hij meende dat het land onteigend en herverdeeld moest worden tegen de zin van de landeigenaren. Die klasse moest worden gebroken. Mao zette in 1926 de boeren aan om de wapens op zich te nemen. Oorspronkelijk werkten de communisten op advies van Moskou nauw samen met de Kwomintang. In 1927 zuiverde de Kwomintang zijn leger van communistische elementen. Mao vormde het jaar daarop het Rode leger. De communisten verkregen hun militaire kennis van de nationalisten. Het Rode gebied breidde zich uit. De leiding van de Chinese Communistische Partij (CCP) kwam onder Mao en Tsjoe Teh. Zij baseerden de revolutie op de boeren, niet op marxistische dogma's. Niet zoals Moskou wilde. Onder het communisme verdwenen grotendeels de oude godsdiensten het taoïsme, confucianisme en boeddhisme. Mao meende dat het confucianisme tegen zijn theorie van sterke mannen en strakke leiding inging.
In 1931 brak de oorlog met Japan uit, die Mantsjoerije binnenviel. Het Rode leger dolf het onderspit en delen van Mantsjoerije werden door de Jappen geannexeerd. Samen met de Kwomintang bevochten de communisten de Japanners (het Samenwerkende Front). Chang Kai-shek begon echter de communisten te vrezen. Hun dienstbaarheid aan Rusland baarde hem zorgen. De Rode militairen hadden de tsaristische vertegenwoordigers in Buiten-Mongolië en Mantsjoerije vervangen en onder hun protectie geplaatst. Hij duchtte ook de boerenopstanden die al sinds 1924 door de bolsjewieken werden aangewakkerd. In 1927 brak hij met de communisten en richtte een bloedbad aan onder de militante bolsjewieken. De communisten trokken zich terug op het platteland, daar ze niet opgewassen waren tegen de Kwomintang in de steden. De burgeroorlog tussen de communisten en de Kwomintang van Chang Kai-shek was een feit. Mao beschreef in 1928 in een korte verhandeling de wetten van een guerrilla-oorlog (in 1936 gevolgd door een langere verhandeling). Van 1927 tot 1937 vochten de communisten vrijwel alleen met de Kwomintang. Door de grote bewegelijkheid werden de communisten niet verslagen. In 1933-34 gebeurde dat bijna door der steun van Duitse adviseurs aan de Kwomintang maar de communisten wisten uit de omsingeling los te breken. Zij begonnen aan de 'Lange Mars' van 10.000 km naar het westen richting Mongolië naar Sjensi. Slechts 20.000 van de 100.000 soldaten kwamen daar aan. Mao liet pas weer van zich horen in 1936.
In 1937 bezette Japan bijna heel China. Japanse docenten kwamen voor de klas te staan en in de bovenbouw van de middelbare school werden de lessen in het Japans gegeven. Van 1937 tot 1945 voerden de communisten en de Kwomintang samen een guerilla tegen Japan. De communisten deden dat nog steeds vanaf het platteland terwijl de Kwomintang de grote slagen uitvocht in de steden en grote verliezen leed. In 1945 na de twee atoombommen op Hiroshima en Nagasaki legde Japan zich bij een nederlaag neer.
Een poging om na de oorlog de Kwomintang en de communisten met elkaar te verzoenen mislukte. De burgeroorlog ging opnieuw verder. Ondanks de enorme steun van Amerika werd de Kwomintang verslagen. Het verzwakte nationalistische leger was geen partij meer voor de communisten. In 1949 vluchtte Chang Kai-shek naar Japan, maar corrupte bendes Kwomintang strijders bleven het land onveilig maken.
In 1949 riep Mao de Volksrepubliek China uit.
China onder Mao
Het Eerste Vijfjarenplan van 1953 tot 1958 was gericht op industrialisatie. De landbouw moest voor de benodigde financiën zorgen. De productie ging met 25% omhoog. Zhou Enlai, zeer begaafd op economisch gebied, was zijn tweede man.
Mao lanceerde van 1956 tot juni 1957 een liberalisatiecampagne 'Laat Honderd Bloemen Bloeien', waarin autoriteiten werden aangemoedigd om misstanden in het bestuur ot te sporen en aan te pakken. Hij zei: "er zijn teveel rechtsen (contrarevolutionairen) onder ons, die ondermijnen het communisme". Iedere bestuurder moest 5% (een uit de lucht gegrepen percentage) rechtsen oppakken en degraderen of afmaken. Om de 5% te halen werden mensen ten onrechte beschuldigd. Vervolgens moesten ze in het openbaar via zelfkritiek hun fouten opbiechten (ook al hadden ze die niet!).
In het Tweede Vijfjarenplan van 1958 tot 1963 probeerde Mao de industriële productie te verdubbelen. Ook de graanproductie moest omhoog om inkomsten te verwerven voor de hogere industriële productie. In de campagne 'De Grote Sprong Voorwaarts' die duurde van 1958 tot 1961, probeerde Mao om de maatschappij te transformeren van een agrarische naar een industriële maatschappij. Weer werden mensen op grote schaal opgepakt en beschuldigd van anti-partij sentimenten.
Om de staalproductie te verdubbelen verrezen overal kleine hoogovens en alles van ijzer en gietijzer werd omgesmolten. Keukengerei was niet meer nodig omdat de staat iedereen te eten gaf in kantines. Er mocht thuis niet meer worden gekookt. Landbouwwerktuigen werden omgesmolten. Om de ovens aan de praat te houden moesten mensen dag en nacht erbij blijven om het vuur aan te houden. Leraren, boeren, verplegers, arbeiders werden ingezet. Miljoenen boeren waren niet meer op het land bezig maar met de staalproductie. Hele bossen werden omgekapt om het vuur aan de praat te houden. De kwaliteit van het staal was abominabel, het was bros en was niet te buigen.
Privé-eigendom van land werd in 1958 afgeschaft en landeigenaren werden als volksvijanden gezien. Boerencoöperaties werden omgevormd tot volkscommunes. Boeren beweerden om de communistische leiding te paaien dat de oogst verveelvoudigd kon worden. Het was zelfbedrog door de oogst van verschillende landerijen samen te voegen als zijnde van een stuk land en aan de autoriteiten te tonen. Mao vaardigde een procedure voor de landbouw uit: beplant het zaad drie tot zesmaal zo dicht. De aarde kon dat niet verwerken en de oogst liep terug. Boeren konden eten in de kantines en hadden weinig animo om nog hard op het land te gaan werken, nu het niet meer van hunzelf was.
Kritiek op de landhervorming en de staalproductie door de Minister van Defensie Peng Dehai werd door Mao niet geaccepteerd en de minister kreeg huisarrest en werd vervangen.
Eind 1959 brak er een enorme hongersnood uit waarbij miljoenen mensen stierven. Zelfs in gebieden met normalerwijze goede oogsten stierven 35% van de boeren. In. 1960 was de oogst 70% lager dan in 1958. Onderwijl werd graan en rijst geëxporteerd om aan middelen te komen voor de industrie. Het land stevende af op een totale catastrofe. Tussen 18 en 45 miljoen Chinezen verloren het leven. President Liu Shaoqi bekritiseerde 'De Grote Sprong Voorwaarts' campagne. Volgens hem was de honger en de economische problemen voor 70% de schuld van menselijk falen en 30% van de natuur (het omgekeerde van wat Mao had gezegd!). Liu en secretaris generaal Deng Xiaoping kregen de macht en draaiden in 1961 alle hervormingen terug. 'De Grote Sprong Voorwaarts' was mislukt. De populariteit van voorzitter Mao daalde naar een dieptepunt. Mao deed aan zelfkritiek maar legde de schuld bij anderen. De massaproductie van staal werd gestopt, de waanzinnige economische doelstellingen teruggedraaid, de openbare kantines werden afgeschaft en het inkomen van de boeren werd aan hun werk gerelateerd. Boeren mochten stukjes privé-grond hebben en grond pachten. Grootgrondbezitters werden bevrijd van het etiket 'klassenvijand'. Een markteconomie werd deels toegelaten. De economie begon weer te groeien en bloeide binnen een jaar al op.
Mao hield zich enige tijd koest maar zon op wraak tegen Liu en Deng. Zij hadden de economie geliberaliseerd en waren in zijn ogen kapitalistisch en niet socialistisch. De cultus rond Mao begon weer belangrijker te worden. Hij was nog steeds de verafgode leider van China. Het 'Rode Boekje' met zijn uitspraken werd wijd en zijd verspreid. De vrouw van Mao Jiang Qing begon een belangrijkere rol te spelen. Een aantal kunstenaars, wetenschappers en schrijvers werd als klassenvijand bestempeld. Mao riep in 1965-66 op om een 'Culturele Revolutie' te starten om niet-communistische elementen uit de samenleving te bannen. Dit werd via de media verspreid waarin beschreven werd om alle 'monsters' en 'demonen' te verwoesten. De oproepen van Mao werden verspreid via de Partijkrant en muurkranten. Zijn absolute autoriteit werd herbevestigd. Mao wist echter niet in hoeverre hij nog de steun had binnen de Chinese Communistische Partij. Hij wilde steun verwerven buiten die partij om. Studenten van de universiteit verafgoodden Mao en afficheerden zich als 'De Rode Gardisten van voorzitter Mao'. De vrouw van Mao ontving hen in audiëntie. Mao ondersteunde het initiatief en hoopte via hen de volgers van de kapitalistische weg aan te vallen. Zij werden zijn stoottroepen. Op de scholen kwam het onderwijs tot stilstand (dat duurde zes jaar en ook daarna bleef het onderwijs beperkt tot de uitspraken van Mao). Steeds meer leerlingen en studenten sloten zich aan bij de Rode Gardisten. Hun leraren en hoogleraren werden beschuldigd van bourgeois-ideeën en werden uitgescholden, geslagen of zelfs gedood. De Rode Gardisten waren niet te houden. Doldriest gingen ze achter de zogenaamde klassevijanden aan die van revanchistische ideeën werden beschuldigd, waar of niet waar. Alle topmensen, gewezen landheren, kapitalisten zijnde de vroegere rechtsen behoorden daartoe. De Rode Gardisten vielen huizen binnen en vernielden meubelair, antiek en kunst en verbrandden boeken. Mensen werden mishandeld, gemarteld om hun zelfkritiek uit te doen spreken en werden eventueel gedood. Zij vernielden beelden en torenhoge oude tabletten met teksten van Confucius. De Raad van de Culturele Revolutie stimuleerde terreur en chaos. En dat stond Mao voor ogen. Hij gebruikte de Rode Gardisten gewoon. In acht massabijeenkomsten kwamen 13 miljoen Gardisten naar het Tianmenplein in Peking. Zo massaal waren de Rode Gardisten. Allerlei gelegenheden, zoals theehuizen, bioscopen, theaters, restaurants, etc werden gesloten. Boeken uit bibliotheken werden verbrand. De Rode Garde viel uiteen in twee fracties die drukker met elkaar bezig waren dan met de klassenvijanden.
Mao liet zich vanaf 1967 door de gewone bevolking als strijdmacht helpen om de 'Volgers van de Kapitalistische Weg' te elimineren. De hele bevolking was in zelfstandige werkeenheden opgedeeld. De hoofden van werkeenheden werden allen als kapitalisten gebrandmerkt. Zij waren tot dan toe belangrijke schakels in de keten van de communistische machtsstructuur geweest, maar Mao wilde van hen af. Onder hun zonden vielen het toestaan van vrije marken op het platteland, het propageren van betere vakkennis, het toestaan van relatieve literaire en artistieke vrijheid en het aanmoedigen van concurrentie op sportgebied. De richtlijnen hiervoor waren overigens door de CCP bevolen. Mao zag dat als de bourgeois-gerichte oriëntatie van de partij. De rebellerende Rode Gardisten, die kortweg Rebellen werden genoemd, schreven muurkranten en maakten spandoeken met 'Weg met Volgers van de Kapitalistische Weg'. Ook allerlei andere leiders, waaronder de professionele elite van artsen, kunstenaars, schrijvers en wetenschappers, werden aangeklaagd en moesten zich verantwoorden in het openbaar via zelfkritiek. Zelfs geschoolde arbeiders en monteurs werden aangeklaagd. Ook partijfunctionarissen werden van hun macht beroofd. Deze mensen werden aan geweldadige beschuldigingen en mishandelingen blootgesteld door lieden die zijn niet kenden zoals vrijgekomen gevangenen. Veel mensen zagen op die manier kans om wraak te nemen op hun baas. De rebellen konden huizen binnenvallen en tot allerlei gruwelijkheden overgaan zoals de inbeslagname van boeken om ze te verbranden, waarbij de eigenaar verplicht werd zelf de resterende boeken te verbranden. Kranten met een foto van Mao kon je niet weggooien, dat was heiligschennis. De Culturele Revolutie was niets anders dan een bloedige zuivering met het doel Mao's macht te vergroten. Het had niets met democratie , marxisme of communisme te maken.
Liu Shaoqi en Deng Xiaoping werden formeel aangeklaagd en in hechtenis genomen.
Er was aanzienlijke tegenstand in Partij en het leger tegen Mao's beleid van de Culturele Revolutie. Hieruit concludeerde Mao dat de CCP moest worden afgeschaft. Het politbureau werd vervangen door de Raad van de Culturele Revolutie. Vele malen had Mao al eerder diverse leden van het Volkscongres vervangen.
In 1968 en 1969 vonden zuiveringen plaats, waarbij 170.000 mensen het leven lieten. Opnieuw braken hongersnoden uit. Mao kondigde het einde van de Culturele Revolutie aan in 1969, maar in feite ging de
Culturele Revolutie door tot na zijn de dood in 1976. Zijn vrouw samen met drie trawanten (de bende van vier) zette de Culturele Revolutie op nog gruwelijker wijze voort.
Met deze revolutie probeerde Mao een permanent en actief communisme van alle Chinezen te bewerkstelligen en dus ook van het Centrale Committee van de CCP. Je kunt je afvragen wat het culturele element in die campagne was geweest daar het veel meer ging om gewelddadige en agressieve acties.
De Culturele Revolutie was geen succes. De revolutie stopte meteen na de dood van Mao toen de backing van Mao wegviel. Het had meer te maken met de persoonsverheerlijking van Mao.
De effecten van de Culturele Revolutie zouden nog lang doorklinken.
Het moderne China
Het land dat Mao naliet was nog deels koloniaal en feodaal. Politiek, economisch en militair was het achterlijk. De armoede was enorm, 88% leefde onder de armoedegrens.
In 1978 werd Deng Xiao Ping de eerste president (Mao noemde zich altijd voorzitter) en hij voerde grote hervormingen van de economie en de politiek door. De communes werden langzamerhand afgeschaft ten gunste van huishoudingen. Miljoenen slachtoffers van de Culturele Revolutie werden gerehabiliteerd. De collectivisering van de landbouw werd te niet gedaan en landbouwgrond werd geprivatiseerd. De focus verschoof naar de handel met het buitenland. Speciale Economische Zones werden gecreëerd. Inefficiënte staatsbedrijven werden geherstructureerd of geliquideerd. Van een planeconomie werd overgeschakeld op een gemengde economie met een toenemende oriëntatie op een open marktsysteem. Het land begon een meer sociaal kapitalistische koers te varen.
In 1982 werd de grondwet aangepast. Het staatsbestel berust op drie pilaren: partij, staat en leger. Er is algemeen stemrecht maar geen vrije verkiezingen. China blijf een eenpartijstaat. De macht ligt bij de CCP. Het Nationale Volkscongres van 3000 leden komt minstens een keer per jaar bij elkaar om de economische strategie en de begroting goed te keuren. Een permanente committee van het Nationale Volkscongres bestaande uit 150 afgevaardigden doet de lopende zaken. De president is staatshoofd en de premier is hoofd van de regering. Sinds Jiang Zemin in 1993 werd de rol van de president belangrijker daar hij het presidentschap met het partijleiderschap combineerde. De huidige president Xi Jinping doet dat ook.
China bestaat uit 23 provincies waaronder Taiwan en vijf autonome regio's. Taiwan positioneert zich als onafhankelijke staat onder protest van China. Hongkong en Macau zijn sinds respectievelijk 1997 en 1999 onder de verantwoordelijkheid van China gekomen. China heeft 1,4 miljard inwoners en is na India het volkrijkste land ter wereld. Peking is de hoofdstad en Shanghai de grootste stad. De helft van de bevolking is actief in de landbouw, maar brengt maar 20% van het BNP op. De landbouw is volledig gedecollectiveerd. Nu leeft nog slechts 6,5% van de boeren onder de armoedegrens. De inkomensongelijkheid neemt echter toe. De Volksrepubliek werd in 1971 erkend door de VN en verkreeg een permanente zetel in de Veligheidsraad. Sinds 2003 is China lid van de Wereldhandelsorganisatie WTO.
In 1989 werden pro-democratie protesten gehouden, die tot een bloedbad op het Tiananmenplein leidde. Deng Xiao Ping trad daarna ten gunst van Jiang Zemin af, die de de rust wist terug te brengen. Buitenlandse mogendheden tekenden massaal protest aan. Economische hervormingen werden doorgevoerd. Onder Jiang Zemin groeide de economie als kool. Liefst 150 miljoen boeren werden uit de armoede gehaald en behaalden een aanzienlijke jaarlijkse groei. Ook onder zijn opvolger Hu Jintao die regeerde van 2003 tot 2013 werden de hoge economische groei voortgezet en China werd zelfs de grootste industriële natie ter wereld en de tweede economie.
Xi Jinping als president en Li Keqiang als premier kwamen in 2013 aan het bewind. Xi lanceerde een anti-corruptie campagne waardoor 2 miljoen ambtenaren werden ontslagen in een periode tot 2022. Ook in het leger zijn regelmatig zuiveringen doorgevoerd. Hij probeert armoede volledig uit te bannen met name onder de boeren. Hij lanceerde het Belt and Road Initiative voor infrastructurele projecten. Hij voerde het economische samenwerkingprogramma 'De Zijderoute' in, waardoor China nu samenwerkt met meer dan 100 landen. Kritiek op de partij wordt niet getolereerd. Hij voerde staatstoezicht op de media waaronder internet in. De controle op de bedrijven is steeds sterker geworden en kritiek van die kant wordt niet getolereerd. Jack Ma van Alibaba heeft dat geweten en we horen niets meer van hem. Bedrijven moeten een zetel in de Raad van Bestuur inruimen voor een lid van de CCP. China kent een groot aantal zeer grote bedrijven zoals Tik Tok en Huawei, die overigens met wantrouwen worden bekeken in het Westen. De Covid pandemie leidde tot zeer strikte gezondheidsmaatregelen om het virus totaal uit te bannen. In 2022 moest Xi de strenge maatregelen verlichten. Xi probeert om de directe buitenlandse invloed zoals via NGO's te beperken. De economische groei is sterk verminderd en is nu net boven de 4% per jaar. De vrijheden van de bevolking zijn sterk ingeperkt en de CCP voert een totale controle uit. Xi heeft trekken van Mao zoals je ziet aan zijn angst voor corruptie en zijn neiging om de vrijheid te onderdrukken. Hij elimineerde zijn tegenstanders en liet de beperkte regeerperiode van tien jaar uit de grondwet halen. Tot in het oneindige kan hij aanblijven. Hij gedraagt zich als een keizer. Hij heeft het over de 'Grote Wedergeboorte van de Natie' door een absolute controle van de CCP over de samenleving en op termijn een onderwerping van het buitenland in economische en technologische zin.
Hongkong kwam in 1997 terug onder de hoede van China. De beloofde bijzondere positie van deze voormalige stadstaat, waarbij Hongkong zijn eigen wetten, politieke vrijheden en rechtspraak zou behouden werd al snel ingeperkt. Na protesten van de Hongkongers in 2019 nam China de touwtjes stevig in handen. Demonstranten werden opgepakt en de BBC ging van de buis. Veel Hongkongers ontvluchten daarna hun land.
En dan heeft Xi te maken met het Oeigoeren-probleem. Oeigoeren zijn een islamitisch volk ter grootte van 12 miljoen mensen (45% van de bevolking) en spreken een taal behorende tot de Turkse talen. Er waren spanningen vanaf 1990 tussen Han-Chinezen, waarvan de bevolking door import sterk is gegroeid, en Oeigoeren. Dat leidde tot tientallen aanslage. Dit had te maken met de beperkingen op religieus gebied, die China oplegde. De onderdrukking van de Oeigoeren, waarvan een miljoen in heropvoedingskampen in de autonome regio Xinjiang opgesloten zitten, laat zien dat China steeds meer totalitaire trekken laat zien.
Wat is de toekomst?
China wordt op korte termijn de grootste economie van de wereld als ze dat al niet is. Voorlopig zal geen andere staat hen inhalen. De bevolking is viermaal zo groot als die in de VS en ruim driemaal die van de EU. Technologisch en wetenschappelijk is China vergelijkbaar met het Westen. In de Fortune 500 staan er nu meer Chinese bedrijven dan Amerikaanse (124 tegenover 121).
Er is echter ook wat af te dingen ten aanzien van de toekomst van China.
De VS en in mindere mate de EU kijken met argusogen naar de recente ontwikkeling in China. De globalisering en de internationale handel zal verder afnemen.
Een volk onderdrukken betekent dat de vrijheid voor een ieder beperkt wordt. Het vermindert het initiatief, de ondernemerszin, de creativiteit, de kunst, de literatuur en de samenwerking. Dat gaat zich op termijn wreken ten aanzien van het functioneren van de maatschappij en van de economische groei.
Literatuur
Carolijn Visser, China (Amsterdam 1981-2008)
Edward Rutherford, China. De Fontein (Utrecht 2021)
Mao Tse-toen, Guerilla-oorlogvoering (Amsterdam 1965)
Peter Frankopan, De zijderoutes. Een nieuwe Wereldgeschiedenis (Antwerpen 2016)
Michel Dijkstra, Oosterse Filosofie (Leusden 2021)
Volksrepubliek', nl.m.wikipedia.org
Gulsah Ercetin, 'Een eeuw communisme in. China, maar ideologie nu heel anders', nos.nl (1 juli 2021)
'Geschiedenis van volksrepubliek China', nl.m.wikipedia.org
'Geschiedenis van China', nl.m.wikipedia.nl
Pearl S. Buck, China. De Goede Aarde. Oostenwind-Westenwind. De Moeder (Haarlem 1967)
Mo-Yan, Het rode korenveld (Amsterdam 1994)
Jing Chang, Wilde Zwanen. Drie dochters van China (Amsterdam 2010)
'Volksrepubliek', nl.m.wikipedia.org
'Culturele Revolutie', nl.m.wikipedia.org
Henk Schulte Noordholt, Is China nog te stoppen? (Amsterdam/Antwerpen 2021)
en vele andere bronnen
Reactie plaatsen
Reacties