Italië, waar moet dat heen met dit land?
Elke keer als ik in Italië was, heb ik enorm genoten van het land, de steden, de cultuur, het eten en de natuur. Jammer genoeg ben ik niet zuidelijker dan Napels geweest, wel op Corsica en Sardinië maar niet op Sicilië en in de onderkant van de laars.
Maar ik ga het niet verder hebben over hoe geweldig Italië is, maar zal het voornamelijk over de eenwording, de zogenaamde risorgimento, hebben. En daarnaast stip ik de economie, politiek, regeringen en Italië’s plek in Europa aan.
Veel berichten over dit mooie land zijn weinig positief. Tenslotte kennen we Italië van de vele regeringen, de populistische types die de regering vormden (Berlusconi, Salvini, Grillo, etc.), de grote kloof tussen burgers en overheid, de enorme staatsschuld en de maffia.
Hoe komt dat?
Ik probeer een zeer beperkte idee over de toekomst te geven, dus geen voorspelling maar meer in de zin van mogelijkheden. Ik ben een buitenstaander en kijk en kijk anders naar de Italiaan. Ik besef dat de waarde van mijn oordeel zeer beperkt is.
Het Romeinse Rijk
Ik heb kortgeleden het Romeinse Rijk bestudeerd en daar een lezing over gegeven. Ik heb een enorm ontzag en waardering voor dat rijk gekregen, dat zo enorm uitgebreid was dat er nauwelijks in de geschiedenis voorbeelden te vinden zijn van een dergelijk groot rijk en dat ook nog over zo lange tijd heeft bestaan, 1200 jaar voor het West-Romeinse Rijk en 2200 jaar voor het Oost-Romeinse Rijk. Het Britse koloniale rijk was groter in oppervlakte en had ongeveer hetzelfde relatieve percentage van de wereldbevolking (ca. 20%), maar heeft nauwelijks twee eeuwen bestaan.
Hoe was het mogelijk dat het Romeinse Rijk in die tijd zo uitgebreid kon zijn? Ten tijde van keizer Trajanus omvatte het het huidige Italië, het Iberisch schiereiland, Frankrijk, een deel van Engeland, de Benelux, een deel van Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Bulgarije, een deel van Roemenië, Griekenland, de Balkan, Turkije, Syrië, Irak, een deel van Iran, Israël, Jordanië, stukje Saoedi-Arabië, Egypte, Tunesië en het noorden van Libië, Algerije en Marokk. De grens lag bij de rivieren de Rijn, Donau, Eufraat en de woestijn in Afrika en tot de muur van Hadrianus in Engeland.
In de eerste plaats was het Romeinse Rijk politiek zeer goed georganiseerd, zeker tussen 30 v. Chr. tot 200 na Chr. Het leger was uitstekende getraind, bewapend, beschermd door een harnas, en had een duidelijke structuur en een voortreffelijke tactiek. Het bestond uit circa 300.000 beroepssoldaten onderverdeeld in legioenen van 6-7.000 man, en verder onderverdeeld in centuria en cohorten. Verder waren de gebieden voorzien van een goede infrastructuur. De wegen waren geplaveid waardoor snelle troepenverplaatsingen mogelijk waren en aan de grenzen werden castella’s (forten) gebouwd. In de derde eeuw kwam de klad erin daar het leger steeds meer macht naar zich toetrok en legercommandanten zich uitriepen tot keizer. Met als gevolg dat er in 60 jaar maar liefst 50 keizers waren. Onder Diocletianus vanaf 284 en zijn opvolgers waaronder Constantijn de Grote, die de katholieke godsdienst invoerde, kwam de rust terug.
Het Romeinse Rijk in het westen hield op met het afzetten van de laatste keizer, een jochie nog, in 476 na Chr., maar het rijk was eigenlijk al ter ziele aan het begin van de vijfde eeuw.
De reden dat het Romeinse Rijk viel kwam door het binnendringen van de barbaren, die opgenomen werden in het leger omdat de Romeinen geen trek meer hadden in dat werk, het gebrek aan centrale leiding, het wegvallen van onverdedigde gebiedsdelen met als gevolg dat de belastinginning terugliep en door de aan luxe en decadentie verwende romeinse heersers.
Het West Romeinse Rijk viel uiteen in allerlei prinsdommen, koninkrijkjes, de pauselijk staat, en kwam deels in handen van buitenlandse staten, de Bourbons in Napels en omgeving, de Habsburgers in het noorden en in Venetië en Grieken op Sicilië.
De lappendeken verenigd
In Italië begreep men in de 19e eeuw dat de achterstand ten opzichte van andere landen aanzienlijk was, maar dat er ook een grote kloof bestond tussen het noorden en het zuiden en tussen de elite en het gewone volk. De scheidslijn tussen noord en zuid lag bij Rome. Vanuit Piëmont in Noord-Italië organiseerde Camillo di Cavour een eenwordingsbeweging. Na veldslagen met het Habsburgse Oostenrijk werd de greep op Noord-Italië verstevigd en na een referendum besloten Centraal-Italië en Toscane om zich bij Piëmont te voegen. Intussen was in 1860 Garibaldi met zijn ‘roodhemden’ van 1000 bewapende mannen op Sicilië geland. Guiseppe Garibaldi had al de reputatie van een gevreesde guerrillastrijder verworven. Hij wilde het ideaal van de eenwording bewerkstelligen. Binnen enkele maanden was Sicilië en het hele zuiden van Italië onder de voet gelopen en bevrijd. Cavour stuurde de koning van Piëmont Victor Emmanuel II met een leger zuidwaarts om Garibaldi tegemoet te komen. Victor Emmanuel en Garibaldi troffen elkaar bij een stadje boven Napels. Op 17 maart 1861 werd Victor Emmanuel II uitgeroepen tot koning van Italië.
Het betekende dat Italië als staat herrezen was, de risorgimento was gelukt, maar nog niet als natie. Een kleine bovenlaag stond achter het Verenigde Italië. Maar er was ook veel verzet tegen de eenwording. De kloof tussen elite en volk was groot en bleef bestaan met name in het zuiden. De eenheid werd van bovenaf afgedwongen met repressie en referenda. Een heuse burgeroorlog vond in het zuiden plaats door bendes gewapende groepen, de ‘briganti’, de bandieterij. Door het keiharde optreden van de overheid waren maar liefst tienduizenden slachtoffers te betreuren. De bres tussen het noorden en zuiden werd niet gedicht, maar werd alleen maar groter. De helft van het leger werd in het zuiden gelegerd om de orde te handhaven. Ook economisch kreeg het zuiden het zwaar daar ze moesten concurreren met het bedrijfsleven in het noorden. Dit leidde tot veel faillissementen en vele ontslagen.
In een oorlog in 1866 tussen Pruisen en Oostenrijk mengde Italië zich in de strijd om Venetië en omgeving te veroveren, maar het leger van de jonge staat werd vernietigend verslagen. Italië liep een enorme deuk op. Bij de vredesonderhandelingen kwam evenwel Venetië toch bij Italië. In 1870 viel ook Rome en omgeving toe aan Italië omdat de Fransen, die de Pauselijke staat verdedigden, zich moesten terugtrekken vanwege de oorlog van Frankrijk met Duitsland. Italië was nu qua oppervlakte en contouren het land zoals we dat nu kennen.
Ook elders in Europa stond staatsvorming op de agenda, o.a. in Spanje en Schotland en waren er nog bevrijdingsbewegingen actief in België en Griekenland. In Duitsland, dat ook een lappendeken van vele vorstendommen was, begon het eenheidsproces 10 jaar later dan in Italië.
Hoe kon de natievorming gestalte krijgen?
Men probeerde dat top-down te doen door de geschiedenis te tonen in monumenten, straatnamen, het onderwijs en in parlementaire wetgeving. Nog tien jaar na de eenwording was in Piëmont 40% analfabeet. In Zuid-Italië kon 80% van de burgers lezen noch schrijven. In het zuiden ging slechts een op de vijf kinderen naar school in het noorden vrijwel alle kinderen. De Italiaanse taal werd door een minderheid gesproken.
De nieuwe staat maakte duidelijk dat de paus zich niet mocht bemoeien met de politieke macht en het verkrijgen van maatschappelijke invloed. De basisscholen moesten seculier zijn. Dit werkte in het katholieke Italië averechts op de natievorming. De politieke strijd in het parlement werd uit de weg gegaan door parlement-brede coalities te laten regeren. De partijen konden zich niet profileren door hun linkse of rechtse standpunten. Dit leidde tot cliëntelisme en cynisme. Met als gevolg dat het vertrouwen in de politiek daalde. Ook het leger bracht geen uitkomst. De jonge staat probeerde een kolonie in Afrika te verwerven en hoopte een heroïsche overwinning te kunnen vieren en daardoor een nationalistische identiteit te bewerkstelligen. Maar het tegendeel was waar: het leger werd in Eritrea en Somalië in 1896 smadelijk in de pan gehakt.
De Italiaanse economie bleef ver achter bij die van de omringende landen. Het bleef een landbouwstaat met een beperkte industrie die voornamelijk geconcentreerd was in het noorden. De armoede was aanzienlijk met als gevolg dat vele Italianen emigreerden (15 miljoen tussen 1861 en 1911). Aan het einde van de 19e eeuw werd het verzet steeds groter met name in de socialistische arbeiderspartij. De onlusten en terroristische aanslagen zwollen aan. Koning Umberto I werd na een derde aanslag tegen hem vermoord. De regering wist niet beter dan de onrust met harde hand de kop in te drukken. Aan het begin van de twintigste eeuw begon het te dagen dat repressie niet het probate middel was. Een hervormingsagenda werd aangenomen in het parlement en een eerste vakbond werd opgericht. Een industrialisatiegolf kwam in het noorden op gang. En de lonen begonnen te stijgen. Het land werd nog sterk van bovenaf geleid en de initiatieven van onderop waren marginaal. Bij de verkiezingen van 1913 mochten voor het eerst alle mannen hun stem uitbrengen. Het betekende een grote overwinning voor de socialisten.
De Eerste Wereldoorlog
Een revolutie hing in de lucht. Een confrontatie tussen socialisten en de liberalen was onafwendbaar. De moordaanslag op de Oostenrijkse kroonprins was het startschot voor de Eerste Wereldoorlog die al in de lucht hing. Zowel Frankrijk, Rusland, Duitsland als Engeland zagen een militaire confrontatie als onontkoombaar. Al die naties stortten zich in de strijd, maar Italië bleef afzijdig en koos voor neutraliteit. De druk op de regering om zich in de oorlog te storten nam toe en eind mei 1915 ging zij overstag. Het leger kwam tegenover dat van Oostenrijk te staan en leed een vernietigende nederlaag. In totaal werden 600.000 soldaten gedood en raakten 400.000 soldaten zwaargewond.
Na de oorlog slaagden de liberalen er niet meer in om de rust in het land te laten wederkeren. De afstand tussen elite en het gewone volk was alleen maar gegroeid. De socialisten wonnen de verkiezing gevolgd door een nieuwe populistische partij (20%), terwijl de liberalen werden weggevaagd. Maar de onrust in de samenleving bleef. Het volk leek het vertrouwen in de politieke partijen en het parlement verloren te hebben. Een nieuweling aan het firmament profiteerde daarvan, die heette Benito Mussolini. Die verkreeg zijn aanhang onder de nationalisten (Fasci di combatimento) en hij maakte gebruik van zijn knokploegen die buiten het parlement opereerden. Uiteindelijk werden de knokploegen omgevormd tot een Nationalistische Fascistische Partij.
Het totalitaire experiment
De wortels van het fascisme berustten op drie aspecten: socialisme, nationalisme en geweld. Mussolini keerde zich tegen het rode gevaar dat door de communistische overwinning in Rusland werd aangezwengeld. Mussolini’s knokploegen stichtten wanorde op socialistische bijeenkomsten en gingen socialistische politici op straat te lijf. Net als de communisten waren de fascisten tegen het parlementaire systeem en voor de instelling van een dictatuur met gebruik van geweld. Mussolini’s zwarthemden marcheerden in oktober 1922 richting Rome. De Mars op Rome betekende de ommekeer. Mussolini eenmaal aangekomen in Rome ging naar koning Victor Emmanuel III die hem carte blanche geeft om een regering te vormen. Mussolini werd premier, minister van Buitenlandse Zaken en minister van Binnenlandse Zaken. Zijn partij had bij verkiezingen nooit meer dan 6% van de stemmen behaald en 6% van de zetels in het parlement gehad. Bij de verkiezing van 1924 kreeg een coalitie van conservatieven en fascisten een ruime meerderheid (66%). De socialistische leider werd vermoord door extremisten van de fascistische partij, waardoor een crisis uitbrak die maanden duurde. In januari 1925 trok il Duce de macht naar zich toe en vestigde een fascistische dictatuur. Het oprichten van partijen werd onmogelijk gemaakt. Ook de pers werd gemuilkorfd. Het programma van de regering was sociaal georiënteerd met de invoering van welvaarts-programma’s, looncompensaties voor arbeiders, ziektekosten en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, vakantiegeld, e.d. Ook sportactiviteiten, gedeeltelijk met een paramilitair karakter, werden gestimuleerd. In 1929 sloot il Duce een concordaat met de kerk, het verdrag van Lateranen, waardoor de kerk een stevige positie in de samenleving kreeg. Het fascistische experiment werd uitgerold over het land en werd steeds verstikkender. Kleine kinderen werden in jeugdbewegingen lichamelijk en moreel opgevoed en werden in zwarte hemdjes gehesen, kregen speelgoedgeweertjes en moesten in het gelid marcheren. Op zaterdagen moesten ze massaal aan gymnastiek doen. Grote jongens kregen geweren om zich voor te bereiden op militaire dienst en meisjes moesten paraderen en in formatie met vlaggen zwaaien. De leraren in het onderwijs moesten zich conformeren aan het regime.
In 1935 vielen Italiaanse troepen Abessinië binnen en namen dat land in. Mussolini hielp Franco in de Spaanse burgeroorlog door 70.000 man aan troepen te sturen.
Hij hield eerst nog Hitler buiten de poort. Bij de moord op de Oostenrijkse premier Dollfuss stuurde Mussolini troepen naar de Brennerpas om te voorkomen dat Hitler Oostenrijk zou binnenvallen. Hij moest niets hebben van het rabiate racisme van de nazi’s. Niettemin besloot Mussolini om de Duitsers te volgen en mee te vechten in de oorlog. Slechts met steun van de Duitsers kon Italië Griekenland veroveren. In 1943 landden de geallieerden op Sicilië. Mussolini werd gearresteerd toen hij op audiëntie bij de koning ging. In de ontstane burgeroorlog streden ex-fascisten zowel met de geallieerden als tegen hen. Mussolini werd in april 1945 door een verzetsman tijdens zijn gevlucht gedood.
De democratie herstelt
Een nieuw Italië moest worden opgebouwd. De drie grote partijen (communisten, christendemocraten en socialisten) besloten eerst om een referendum te houden over de toekomst van de monarchie. Nipt sloeg de uitslag door naar een republiek vooral door de stemmen van het noorden. De drie partijen schreven een nieuwe grondwet, waarin de regels van het democratische spel werden vastgelegd. Het land behield een senaat, die door het volk gekozen werd. Niettemin bleven aspecten van het fascisme intact. De rechters waren deels dezelfde die er al zaten, en dat gold ook voor het strafrecht en de bureaucratie. Ook de politie en het leger werden niet gezuiverd. De Lateraanse akkoorden met de kerk bleven bestaan. Collaborateurs kregen amnestie. Het zou nog 20 jaar duren voordat de overheidsdienaren die onder het fascisme hadden gediend waren verdwenen. In 1947 liepen de spanningen in de Koude Oorlog op. De communisten waren nu de vijand geworden. Bij de verkiezingen van 1948 werd de strijd tussen Oost en West uitgevochten. De Italiaanse communisten kregen miljoenensteun van de Sovjet-Unie terwijl de christendemocraten geholpen werden door de kerk en de Verenigde Staten. De kerk gaf een stemadvies: de keus is voor Christus of tegen Christus. De christendemocraten kregen verreweg de meeste stemmen (48,5% en 31% voor de communisten en socialisten tezamen). De grootste zorg voor de Italianen was de economie, die gestimuleerd werd door de Marshallhulp. Italië werd stevig in het westerse kamp tijdens de Koude Oorlog verankerd. De overgang naar de democratie was voltooid, maar was nog broos. De economie groeide als kool. Het land haalde de achterstand op andere Europese landen in.
In 1968 vormden de studentenprotesten, net als in andere Europese landen, een golf van onrust. De studenten protesteerden tegen de autoritaire professoren, tegen de oorlog in Vietnam en voor een burgerbeweging. Ook de arbeiders legden het werk stil als protest tegen de arbeidsvoorwaarden. De studenten trokken samen met de arbeiders op. Geweld en terreur kwamen op door de zogenaamde Rode Brigades. Naast deze marxistische terreur was er de terreur van de neofascisten. De wonden van het fascisme waren nog niet geheeld. De democratie bleef onder druk staan, Bovendien raakte de economie in het slop als gevolg van de eerste oliecrisis van 1973. De premier Aldo Moro werd bruut ontvoerd en uiteindelijk vermoord. Het vertrouwen van de bevolking in de politiek daalde naar een dieptepunt. Kiezers keerden zich van de bestaande politieke partijen af en werden zwevende kiezers.
In de tachtiger jaren begon de economie te groeien door het succes van familiebedrijven. Met name in het zuiden, de mezzogiorno, speelde de familie, vriendjespolitiek, corruptie en het cliëntelisme tussen ondernemingen en de overheid een grote rol. De staatsschuld explodeerde van 55% in 1981 naar 92% in 1987. Op grote schaal werd belasting ontdoken. Italië is een land van erg veel wetten meer dan 90.000 maar handhaven is een probleem.
In 1992 was Italië een van de landen die zich bij de Europese Gemeenschap aansloten en later omarmde zij ook de invoering van de Euro. Italië voldeed in de verste verte niet aan de voorwaarden met 7% (i.p.v. 1,5%) inflatie, 10% (i.p.v. max. 3%) tekort op de begroting en een staatsschuld van 100% (i.p.v. 60%). Het gevolg was dat de Europese Gemeenschap strenge eisen stelde aan de Italiaanse begroting. Dit beïnvloedde de groei van de economie die stagneerde. De regering probeerde de corrupte te bestrijden en ging een confrontatie met de maffia aan. Maar liefst een derde van de parlementariërs bleek corrupt te zijn. De traditionele partijen stortten in. Het populisme dat al in de jaren 70 was opgekomen brak door. Een nieuwkomer, Berlusconi, met zijn partij Forza Italia kwam op en werd premier met de leuze Schone Handen. Berlusconi, die 20 jaar op en af aan het bewind bleef, kreeg zijn aanhang door zijn televisieoptredens via zijn eigen kanalen, een persoonlijk populisme. De beloofde groei in het eerste decennium van de 21e eeuw bleef echter uit. Berlusconi was zeker ook geen voorbeeld voor de Italianen om de belastingmoraal te verbeteren.
Daarnaast kreeg Italië te maken met een migratiecrisis, tussen 2014 en 2017 kwamen 625.000 emigranten aan. De noordelijke landen in Europa hielpen maar weinig om dit probleem op te lossen.
Ook worstelde Italië met het vertrek van veel jongeren, waardoor het aantal ouderen relatief steeg en de oude dag voorziening door minder mensen moest worden opgebracht.
Nog maar 10% van de Italianen had nog vertrouwen in de bestaande politieke partijen.
Platformdemocratie komt op
Beppe Grillo, een komiek die de politiek inging, werd bekend via het internet. Hij geloofde in een directe democratie zonder de tussenkomst van partijen, de pers en de televisie. Hij wilde geen partijhiërarchie, niet echt een leider zijn en vond dat iedereen in de beweging gelijk was. Zijn partij die uiteindelijk de Vijf Sterrenbeweging heette kreeg in 2013 een kwart van de stemmen. De partij werd ondersteund door een internetplatform, waardoor toch een soort sturing plaatsvond. De beweging groeide naar 33% van de stemmen en werd de grootste in het zuiden en in de grote steden in het noorden. Vooral de armen en de lage inkomens stemden op de Vijf Sterrenbeweging. Een andere populist Salvini, leider van Lega dat uit Lega Nord was voortgekomen, timmerde aan de weg via Facebook. Lega behaalde 20% van de stemmen, waardoor de Vijf Sterrenbeweging en Lega de meerderheid in het parlement kregen. Zij vormden een regering onder een outsider, Conte. Grillo trad niet toe tot de regering maar Di Mayo nam zijn plaats in, daarentegen maakte Salvini er wel deel van uit als minister van Binnenlandse Zaken. Hij slaagde erin om de immigratie te stoppen. Het gevolg was dat zijn partij steeg in de peilingen terwijl de Vijf Sterrenbeweging met zijn stuurloze ministers daalde. Conte wilde een bijstandsuitkering invoeren waardoor mensen zonder inkomen niet meer afhankelijk zouden zijn van hun familie. De Europese Unie lag echter dwars daar het tekort op de begroting verder zou oplopen. Salvini zei de samenwerking in het kabinet op, maar overspeelde zijn hand. Na de verkiezingen ging Conte verder met de Vijf Sterrenbeweging en de PD, een centrumlinkse democratische partij. De Vijf Sterrenbeweging verloor tijdens die kabinetsperiode tientallen parlementsleden die de partij verlieten.
Vervolgens kreeg Italië als eerste land te maken met de coronacrisis dat er ook economisch hard inhakte. Het tekort steeg weer naar 10% en de staatschuld naar 150%. Het bankroet werd afgewend door de Europese Centrale Bank. En Italië kreeg 197 miljard Euro over acht jaar verspreid uit het corona herstelfonds aan leningen en subsidies, mits zij zich hield aan de afgesproken hervormingsplannen.
Op 22 oktober 2022 werd Giorgia Meloni als eerste vrouw premier van Italië in een kabinet met Lega en Forza Italia. Zij won de parlementsverkiezingen van september 2022 met 26% van de stemmen. In 2014 had zij de partij Fratelli d’Italia (Broeders van Italië) opgericht en werd partijleider van deze nationaal-conservatieve partij. Al eerder was zij minister geweest in een van de kabinetten van Berlusconi. Meloni was de eerste radicaal rechtse premier, en zij was tegen al te verregaande Europese samenwerking en voor meer inspraak in Europese besluitvorming. Tot nu toe toonde Meloni zich echter als een pragmatische premier die bereid is om tot compromissen te komen.
Valt er iets over de toekomst te zeggen?
De problemen waar Italië mee te maken heeft zijn veelsoortig: enorme staatsschuld, slechte belastingbetalingsmoraal, een overdreven aantal wetten, die niet gehandhaafd werden, weinig vertrouwen in de instituties, corruptie, maffia, migratie, vertrek van jongeren, economie die soms groeide maar dan weer stagneerde.
Waar moet je beginnen?
Het belangrijkste lijkt me om het vertrouwen van de mensen te herwinnen in de instituties. Bouw het aantal wetten af tot een praktisch aantal dat te handhaven is. De aanpak van de corruptie moet prioriteit hebben. Daardoor zal de effectiviteit van het bestuur sterk verbeteren. Daarnaast zullen de Europese landen en de EU Italië moeten ondersteunen om de economie gezond te maken en stabiel te houden. En hierdoor zal waarschijnlijk het vertrouwen van de bevolking in de overheid groeien.
Dit is makkelijk gezegd maar het moet nog gedaan worden. Ik weet niet hoe dit land dit soort zaken voor elkaar kan krijgen. Ik weet wel dat Europa dit land niet kan laten stikken.
Literatuur
Pepijn Corduwener en Arthur Weststeijn, Het Italiaanse experiment. Een nieuwe geschiedenis van modern Italië (2020)
Christopher Clark, De slaapwandelaars. Hoe Europa in 1914 ten oorlog trok (2012)
Willem Peeters, ‘Het Italië van Benito Mussolini (1925-1943)’, historiek.net (27 dec 2022)
Stine Overbye, ‘Mussolini wilde het Romeinse Rijk terug’, historianet.nl (29 juli 2023)
‘Er is (geen) toekomst voor jongeren in Italië’, bureau-italia.nl
Italië investeert in de toekomst’, grenzeloos.nl
‘Italiaanse parlementsverkiezingen 2022, nl.m.wikipedia.org
Anne Branbergen, ‘Italië beleeft een nieuwe Rinascimento’, groene.nl (15 dec 2021)
Heleen D’Haens, ‘100 dagen Meloni: ‘gevaarlijke’ premier Italië minder scherp dan gevreesd’, nosnieuws (30 jan 2023)
Reactie plaatsen
Reacties
interessant overzicht