Mensen en dieren
Bruno Latour stelt dat ook dieren en natuurgebieden belangen hebben. Hij pleit voor een nieuwe relatie tussen mens en planeet. Neem de rol van niet-mensen in de constructie van feiten net zo serieus als die van mensen. Sinds de 17e eeuw, de tijd van de wetenschappelijke revolutie, staat cultuur tegenover natuur. Mensen horen tot het domein van de cultuur. Niet-mensen zijn passief, gedetermineerd en behoren tot het rijk van de natuur. Een nieuwe constitutie is nodig om de verwevenheid van mensen en niet-mensen te verkrijgen. Niet-menselijke actoren zijn dieren en planten (en eventueel objecten). Wetenschappers beperken zich tot de feiten en politici tot de waarden. De politiek blijft afzijdig bij de niet-menselijke actoren. De ecologie werd tot nu toe opgevat als het passieve en onveranderlijke decor van het menselijke handelen en miskende de verwevenheid met niet-mensen. Maar de problemen van onze tijd zoals het klimaat- en milieuprobleem en de aantasting van de natuur kunnen we niet oplossen als we onze houding niet drastisch wijzigen.
Ik bepreek de rol van niet-mensen zoals dieren en hoe we een verwevenheid van mens en dier kunnen verkrijgen.
De ontwikkeling van het dier de mens
Mensen (Homo Sapiens) zijn intelligente primaten, die gekenmerkt zijn door een rechtopstaande houding en tweevoetige voortbeweging, hun fijne motoriek en gebruik van werktuigen, hun complexe taalgebruik en geavanceerde en zeer georganiseerde samenlevingen. De mens is de enige nog bestaande vertegenwoordiger van het geslacht Homo en maakt samen met chimpansees, bonobo’s gorilla’s en orang-oetans deel uit van de familie Hominidae (mensachtigen). De moderne mens ontstond 300.000 jaar geleden in Afrika. Het succes kwam door het grotere brein, dat nodig is voor abstract redeneren, taalverwerving, probleemoplossing evenals de ontwikkeling van socialitiet en cultuur. De mens leerde om vuur te beheersen, voedsel te bereiden, zichzelf te kleden en het vervaardigen van tal van technologieën en kunstwerken.
Lange tijd woonden mensen in grotten en leefden en hadden hun bestaan als jager-verzamelaar. Circa 12.000 jaar geleden ging men over op een sedentaire levenswijze, de mens domesticeerde dieren en planten zodat nederzettingen konden uitgroeien tot beschavingen. Waarschijnlijk was er aan het einde van de jager-verzamelaar cultuur te weinig voedsel om de samenleving blijvend te voeden. De sedentaire levenswijze maakte dat mensen meer nageslacht kregen, die door betere hygiëne, een zekerder voedselvoorziening en betere verzorging langer in leven bleven, waardoor de bevolking kon groeien. De specialisatie van mensen nam toe en de kennis vermeerderde. De samenlevingen werden steeds complexer.
De groei van de wereldbevolking was rond het jaar 0 minder dan 0,05% per jaar. Mogelijk leefden er toen 200 miljoen mensen op aarde. De groei was dus erg laag, minder dan 1000 per jaar. Door de pestepidemie in de 14e eeuw (de Zwarte Dood) stierf de helft van de Europese bevolking. Het duurde meer dan 150 jaar om weer op hetzelfde niveau van voor de epidemie te komen (dat komt ruwweg neer op een groei van 0,5% per jaar).
De wereldbevolking heeft sinds 1800 een spectaculaire groei doorgemaakt, van 1 miljard in 1800 naar 8 miljard in 2020 en mogelijk doorgroeiend naar bijna 10 miljard in 2050. De groeivoet is wel afgenomen van 2% per jaar in de jaren zestig naar 1% nu. De afname van geboortes kwam na de industriële revolutie door de verhoging van de levensstandaard.
Wat is er met de wilde dieren gebeurd?
Naast de gewervelde en ongewervelde soorten van dieren zijn er ook andere levende soorten waaronder schimmels, bacteriën en micro-organismen. Met de schimmels en bacteriën meegeteld zijn er 8,7 miljoen soorten dieren op aarde. Circa 500 miljoen soorten zijn uitgestorven. Over schimmels, bacteriën en micro-organismen ga ik het hier verder niet hebben. Er zijn (buiten schimmels en bacteriën) 1,5 miljoen soorten dieren: vliegende, lopende of kruipende en zwemmende. We onderscheiden gewervelden en ongewervelden. Gewervelde dieren hebben een wervelkolom, een schedel, een ruggenmergstreng en neurale lijstcellen. Tot de gewervelden behoren vissen, reptielen, amfibieën, vogels, zoogdieren en prikken.
Zoogdieren bestaan al 300 miljoen jaar, via hagedissen naar reptielen en andere dieren naar uiteindelijk zoogdieren.
Slechts 3% van het aardoppervlak is ecologisch nog intact. Daarbij wordt ook naast de menselijke impact gekeken naar het aantal diersoorten en de dichtheid van de fauna. Men kan het ook anders opvatten als de vrije natuur waardoor het percentage wordt verhoogd naar 18-20% van het landoppervlak. Niettemin is de habitat van wilde dieren enorm afgenomen, waardoor het aantal dieren steeds minder werd. Deels stierven en sterven diersoorten en plantsoorten uit. Nu worden dieren verder bedreigd niet alleen door het verdwijnen van leefgebied, maar ook door stropers, illegale handel in dieren en mens-dier conflicten. Wilde dieren worden deels gehouden in reservaten. Sinds 1970 zijn populaties van in het wild levende dieren (zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen en vissen) met 69% gedaald. We hebben te maken met ontbossing voor landbouw, klimaatverandering, overbevissing, stroperij en plastic afval in de oceaan, en andere vervuiling en chemische bestrijdingsmiddelen.
Uitgestorven dieren zijn onder andere de dodo, quagga (ondersoort van de steppezebra), de mozaiekstaartrat, en al eerder in het pleistoceen de holenbeer, de sabeltandtijger, de moerasslak en de schelp parelmoerneut.
In de 21e eeuw zijn uitgestorven: de berberleeuw (uitgestorven in het wild in 1920; nog enkele in dierentuinen), Tasmaanse tijger (uitgestorven in 1936), Caribische monniksrob (laatst gezien in 1952), Balinese tijger (uitgestorven in 1937) en de gouden pad (laatst gezien in 1989).
Dieren die op de rand van uitsterven staan en mogelijk binnen de komende 10 jaar zullen uitsterven zijn: bonobo (4.000), Iberische lynx (1.000), Sumatraanse neushoorn (<100), Sumatraanse tijger (500), de amoerpanter (57), de Bengaalse tijger (3.500 terwijl er nog 100.000 waren in 1900) en de witte tijger (200 en allen in gevangenschap).
Andere bedreigde diersoorten zijn: de panda (1.800), de witte haai (300-500), de sneeuwluipaard (4.000), de neushoorn (witte is al uitgestorven, zwarte nog 20.000), de luipaard (700-950), de tijger (3.900), de steur (700), de ijsbeer, (26.000), de blauwe vinvis (vroeger 250.000 nu nog 10.000-25.000), de leeuw (16.500 tot 23.000), de jaguar (60.000-210.000) en de orang-oetan (65.000).
In Nederland zijn uitgestorven de lynx, de bruine beer (in de 11e eeuw), de oeros, (in de Romeinse tijd), de eland (tot 1025), de reuzenalk (voor 1836), de grijze walvis (340 v Chr.) en de vlinder duingentiaanblauwtje (eind jaren 70). In Nederland is geen ongerepte natuur meer over (het laatste oerbos werd omgehakt in 1857), maar je zou de Veluwe en de duinen nog als min of meer als vrije natuur kunnen bestempelen. Echter het aantal dieren is sinds 1990 juist ook daar enorm afgenomen (met 70%) door de stikstofneerslag. Dieren op de heide werden hard getroffen met name heidevogels maar ook vlinders en insecten. In dertig jaar zijn die heidedieren met de helft afgenomen. De boerenlandvogels zoals de veldleeuwerik, partrijs, kemphaan en grutto lieten de sterkste daling zien evenals vlinders. De natuur is door de intensieve landbouw volledig uitgehold.
In ons land is de wolf als wild dier teruggekomen en dat geeft problemen met schapenhouders en boeren.
Nog een paar verbazingwekkende getallen: er zijn nog 2 miljoen walvissen over, drie miljoen werden afgeslacht in de walvisjacht; er worden jaarlijks nog 100 miljoen haaien gedood; er zijn 4.000 diersoorten die bedreigd worden met uitsterven.
Gedomesticeerde dieren
In Nederland zijn er 4 miljoen koeien waarvan de helft altijd op stal staat, 12 miljoen varkens opgesloten in stallen (met heel weinig ruimte per dier), 0,8 miljoen schapen (deels buiten) en 0,5 miljoen geiten gehouden in schuren, 100 miljoen kippen voor eieren en vlees en ook gehouden in schuren. Men fokt en houdt dieren om hun vlees dat grotendeels wordt geëxporteerd. Daarnaast importeert men soja als veevoer o.a. uit het Braziliaanse ontboste regenwoud. De overmatige mestafval houden we zelf.
Ik had een oom die kippen fokte, maar die liepen vrij buiten en hadden meerdere hokken met een ren.
Tevens worden huisdieren of gezelschapsdieren gehouden. In Nederland bijna tweemaal zoveel gezelschapsdieren als het aantal mensen. Het gaat primair om katten en honden, maar ook om vogels.
Thuis in mijn jeugd hadden we een hond (een vuilnisbakkenras) en katten en ook bij mijn vrouw hadden ze een hondje, een foxterriër. En we hadden konijnen maar die gingen met de kerst de pan in. Mijn broer en ik, die ervoor hadden gezorgd, aten daar niet van. Mijn vader kweekte na zijn pensionering kanaries.
Mijn oma had een schildpad ik weet niet waarom en die liep vrij rond. Het was niet erg hygiënisch, lijkt me, maar mogelijk had ze er gezelschap aan.
Na ons trouwen hadden we een parkiet, die vrij rondvloog en rondliep. Echter een aanraking met een schoen overleefde die jammer genoeg niet. Daarna hebben we altijd katten gehad. Ik vond dat heel gezellig. Ze gingen mee op vakantie naar Zwitserland.
De verhouding tussen mens en dier
Uit onderzoek uit 2018 blijkt dat 40% van de mensen zich superieur voelt aan dieren. In. 2022 is dat percentage gedaald naar 36%. Dus minder mensen vinden dat de mens boven de dieren staat. Een inbreuk op het dierenwelzijn wordt in onze maatschappij niet meer geaccepteerd.
Dit klopt overigens niet met wat we weten van de veehouderij. Dieren werden en worden gebruikt als lastdier, werkdier en gefokt als voedselbron voor vlees, melk en eieren. Dieren werden en worden gezien als productiefactoren en gehouden in legbatterijen, grote stallen en schuren. Het zijn feitelijk geen dieren meer. De landbouw zal een enorme slag moeten maken om naar een circulaire en diervriendelijke landbouw over te gaan.
Een ruime meerderheid (69%) van de populatie blijkt uit een onderzoek van RDA (Raad voor Dieren Aangelegenheden) is van mening dat het welzijn van productiedieren moet worden verbeterd. Zij hebben in de megastallen onvoldoende ruimte en afleiding. Het huidige toezicht op de veehouderij vinden veel mensen onvoldoende om het dierenwelzijn te waarborgen. Daar is 37% van de onderzochte groep het niet mee eens.
De verhouding tussen mens en dier zal moeten veranderen. Veel mensen zien in dat de verhouding anders moet maar hun referentie is voornamelijk gebaseerd op gedomesticeerde dieren en niet op wilde dieren.
Ook in Azië staat het leefgebied van dieren onder druk door de aanleg van landbouwgrond, wegen en huizen. Door een te klein leefgebied neemt de populatie van bijvoorbeeld tijgers af omdat er te weinig prooidieren te vinden zijn. Bovendien bedreigen de tijgers de dieren gehouden door boeren. Boeren reageren daarop door het afschieten van tijgers, het neerleggen van vergiftigd vlees en het zetten van strikken. Het conflict tussen mens en dier neemt toe. Het lijden van dieren wordt alleen maar groter en is al extreem.
Is er verschil tussen mens en dier?
Wat is verschil tussen mens en dier? Het grote verschil tussen mens en dier is volgens sommigen de taal, de moraal, het zelfbewustzijn en de vrije wil. Er zijn ook filosofen die beweren dat er geen verschil is. Ik vraag me ook af of dieren geen taal als communicatie hebben en geen moraal hebben. En hoe weet je dat een dier geen zelfbewustzijn en vrije wil heeft? We weten geen eens hoe die aspecten bij mensen werken, laat staan dat we het dieren ontzeggen.
Dieren hebben verstand en hersenen. Veel emoties komen ook bij dieren voor.
Volgens Frans de Waal is er geen scherp verschil. Dieren hebben ook zelfherkenning, empathie, rouwverwerking, gevoelens voor anderen, en gebruiken gereedschappen.
Dieren zijn beter in reuk, horen, voelen, snelheid, uithoudingsvermogen, kracht, tolerantie, socialiteit, temperatuur, enz. Qua zintuigen is alleen het proeven beter ontwikkeld bij mensen.
Betrekkelijk veel mensen denken dat zij fundamenteel anders zijn dan dieren (antropocentrisme). Dit legitimeert de uitbuiting van dieren. Er zijn gelukkig ook individuen die het anders zien en samenlevingen waarin mensen zichzelf als deel van een geheel zien.
Dieren hebben een soort-specifieke taal, waarin ze gebruik maken van geluid, gebaren, lichaamshouding, geur, kleur of trillingen. Zij communiceren onderling en mogelijk met andere dieren. Dieren communiceren ook wel met mensen. Zangvogels communiceren in de tuin met de mens, evenals paarden met mensen en honden met mensen. Ook biologen die wilde dieren bestuderen begrijpen de betekenis van dieruitingen. Wat dieren tegen ons te vertellen hebben zullen we serieus moeten nemen.
Wat staat ons te doen?
Zoals gezegd wordt de natuur werd als een vaststaand gegeven gezien, als een decor dat altijd in stand zou blijven. Dat is niet zo en is het nooit geweest.
We weten nu dat als we op deze aarde willen blijven leven we anders zullen moeten omgaan met de natuur. We zullen de natuur moeten herstellen, verbinden, in stand houden en beschermen. Ook de bovengenoemde aantasting zullen we moeten tegengaan. We zullen een gelijkwaardiger houding van mens, dier en planten moeten verkrijgen. Door meer natuur blijft er ruimte over voor dieren en planten en zal het mens-dier conflict afnemen. Mogelijk zullen we het aantal beschermde natuurreservaten moeten uitbreiden. Een andere landbouw kan helpen daar die minder grond nodig heeft en natuur- en milieuvriendelijker is.
Met het herstel van de natuur zal het verlies van soortenrijkdom van insecten, vlinders, reptielen en amfibieën mogelijk tot staan worden gebracht. Als niet, dan is een zekere infrastructuur voor die beesten mogelijk nodig zoals mest- of broeihopen.
We kunnen ons niet permitteren om de biodiversiteit verder achteruit te laten gaan. Het ecosysteem staat onder druk en het verlies van dieren- en plantenpopulaties moet worden gestopt. Dieren met name vogels zijn belangrijk voor het verspreiden van zaden. Voor dieren en planten is er nu te veel verlies van leefgebieden. Voor dieren is er te weinig plek om te schuilen, te eten, jongen groot te brengen of simpelweg te groeien. Zo kunnen zij niet overleven, en mogelijk wij ook niet. Dierenwelzijn en klimaat zijn met elkaar verweven. Delen van de wereld zijn nu al onleefbaar. En dat betekent dat we snel zullen moeten handelen. Graslanden en bosgebied zijn nu te eenvormig en daardoor minder weerbaar tegen droogte.
De klimaatverandering zal het moeilijk maken voor dieren en planten en dat geldt zowel voor warme als voor koude gebieden. Dieren vluchten nu al uit te droge warme gebieden. IJsberen kunnen niet verder vluchten maar vinden steeds minder ijs. Ook mensen hebben in sommige gebieden steeds meer last van droogte en van de daardoor ontstane branden. En op andere plaatsen van overstromingen. En niet te vergeten het effect van de rijzing van de zeespiegel waardoor gebieden onleefbaar worden.
Onze leefwijze moet op de schop om meer de-carbonisatie te verkrijgen. We zullen ons gedrag moeten veranderen en duurzaam moeten gaan leven. Dus een ander koopgedrag, een ander consumptiegedrag, minder energieverbruik, minder vliegtuig- en autovervoer, minder vlees eten, minder nieuwe kleding, minder vervulling, minder verspilling en meer recycling. Over-benutting zoals het niet-duurzaam bejagen, bevissen, verzamelen, en oogsten van in het wild levende planten en dieren moet terug.
Wie moet daarvoor het initiatief nemen? De recente conferenties in Parijs en Dubai hebben het probleem geadresseerd en maatregelen voorgesteld. Er zal echter haast moeten worden gemaakt. De urgentie is bij veel staten en regeringen nog onvoldoende doorgedrongen. Niet alleen de politiek maar iedereen zal moeten bijdragen door onze leefwijze te veranderen.
Moeten we terug in onze economische ontwikkeling, of zullen we stabiel blijven of misschien zelfs tot op zekere hoogte nog economisch groeien.
Tot nu toe konden we door economische groei de kosten van verandering financieren. Kan dat ook nog met alle enorme veranderingen die noodzakelijk zijn? Het verminderen van allerlei aspecten in ons leven betekent minder economische omzet maar daar worden we niet armer van!
Klik hier om een
Literatuur
Jelle Reumer, ‘De mens is een dier maar dieren zijn geen mensen’,trouw.nl (10 juni 2017)
‘Zoogdieren’, dieren.wiki
Nienke Beintema, ‘Over slangen en amfibieën is er ook wat positief nieuws’, nrc.nl (19/12/2023)
Eva Meijer, ‘We hebben geen AI nodig om het dier te spreken’, nrc.nl (19/12/2023)
Maarten Meester, ‘Bruno Latour: de grensverleggende denker’, filosofie.nl (23 dec. 2022)
‘Nederland telt 33,4 miljoen huisdieren’, 112huisdier.nl
‘Hoeveel honden zijn er eigenlijk in Nederland 2023?’, upwoof.nl
‘Mens’, nl.m.wikipedia.org
‘We beschermen de iconen van onze planeet’, wwf.nl
Maurien Onderwater, ‘Vijf beesten die in de twintigste eeuw uitstierven’, kijkmagazine.nl (26 mei 2020)
‘Lijst van uitgestorven dieren’, nl.n.wikipedia.org
‘Lijst van uitgestorven dieren in Nederland’, nl.n.wikipedia.org
‘Living Planet Report WWF: grootte wilde dieren wereldwijd neemt nog steeds af’, wwf.nl (13 okt 2022)
‘Van 300 miljoen naar 15 miljard aardbewoners’, trouw.nl (26 okt 2011)
Tijs Hofmans, ‘Hoeveel mensen hebben ooit op aarde rondgelopen?’, scientas.nl (24 sep 2012)
Gert-Jan van Heugen, ‘Wereldpopulatie past niet binnen evolutieplaatje’, weet-magazine.nl (18 jan 2022)
Ilona Lesscher, ‘Onderzoek RDA: relatie tussen mens en dier wordt gelijkwaardiger’, nieuwe oogst.nl (6 apr 2023)
‘Mensen zijn dieren, maar zijn dieren ook mensen’, onzenatuur.be (3 dec 2020)
‘Waarom wordt de tijger bedreigd’, wwf.nl
’17 van de meest bedreigde zoogdieren ter wereld’, ifaw.org (21 sep 2023)
‘Dag van de Aarde – Earth Day’, deduurzamekaart.nl
‘Wat zijn duurzame oplossingen?’, milieudefensie.nl
‘De ideale wereld voor wilde dieren (en daarmee ook voor mensen’, worldanimalprotection.nl (21 dec 2020)’
‘Biodiversiteit is cruciaal om klimaatverandering het hoofd te bieden’, uu,nl (15 dec 2022)
tekst te typen.
Reactie plaatsen
Reacties
Een indrukwekkend overzicht van de dieren op aarde, nu en in het verleden. Ik ben erg onder de indruk van Frans de Waal, primatoloog. Ik heb een paar van zijn boeken gelezen en een lezing van hem in Leiden bijgewoond, waar hij meerdere filmpjes liet zien over zijn onderzoek bij apen. Ik ben het van harte met je eens dat de veestapel moet minimaliseren maar dat zal met de huidige politici zeker niet gebeuren.
groet Huub
Het is een goed overzichtelijk stuk, Charles. Ik vind dat vrouwen en mannen veel gelijkwaardiger zijn geworden in 50 jaar tijd maar lang niet genoeg en niet voor iedereen. De gelijkwaardige leefwereld voor vrouwen en mannen kan gestimuleerd worden door gelijke salariƫring en betaalbare kinderopvang. De discriminerende houding van sommige mannen ten opzichte van vrouwen moet bestreden worden door overheid en ook door de burgers zelf.