Saoedi-Arabië, wat een land!

Gepubliceerd op 31 januari 2025 om 12:37

Ik heb net het boek van Kim Ghattas getiteld Zwarte Golf gelezen. Het gaat over de politiek van de Arabische wereld in het Midden-Oosten en begint met de Iraanse Revolutie in 1979, toen de Sjah van Perzië het land moest verlaten en duurt tot 2018, toen de Saoedische journalist Jamal Khashoggi in de Saoedische ambassade in Istanboel in mootjes werd gehakt en zijn resten in koffers werden vervoerd naar Saoedi-Arabië. Ik kan me dat nog heel goed herinneren, toen Jamal, gefilmd bij het betreden de ambassade, bij ons op de tv werd vertoond. Het toont de onrust, het geweld, de aanslagen, de exploitatie van religies in de strijd, e.d. in de Arabische wereld.
Het herinnert me aan mijn trip naar dat land in de tachtiger jaren. Ik werkte voor Shell, die een servicefunctie voor de raffinaderij in Al Jubail vervulde. Al Jubail ligt aan de Perzische Golf op 380 km van de hoofdstad Riyad en niet ver van Bahrein.

Ik moest een cursus van twee weken geven. Ik weet niet meer of het over een technisch onderwerp dan wel over de economie van raffinaderijen ging. Ik gaf de cursus aan twaalf Saoediërs, die getooid waren in hun klederdracht: een witte of kleurige kandora (lange jurk) met keffiyeh (de rood geruite theedoek) vastgehouden met band op het hoofd. Ik gaf die cursus wetende dat de deelnemers zelf de stof niet zouden toepassen, daar het werk werd gedaan door hun ondergeschikten (lieden uit Pakistan, India of waar dan ook vandaan). Mijn cursisten waren zoontjes van ministers en andere hooggeplaatsten. Zij kwamen met Mercedessen 500 ’s morgens aan bij het hotel waar de cursus gegeven werd. Ik was nog nooit in zo’n duur hotel geweest. Alles leek wel van goud of was van goud, ook de plafonds. Wat een ongelofelijke weelde! De sfeer op de cursus was overigens prettig en ontspannen.

’s Avonds en in het weekend probeerde ik wat te bekijken door de stad in te gaan. Ik wilde eigenlijk naar Riyad maar had geen vergunning en geen mogelijkheid om dat te doen. Als ik over straat liep werd ik gevolgd door een politieauto. De politie reed in Amerikaanse auto’s voorzien van  verschillende kleuren opdruk: o.a. blauw, rood en groen. Het waren diverse soorten polities, zoals verkeerspolitie, gemeentepolitie of religieuze politie. Het voelde unheimisch aan dat zo’n auto mij volgde. In het weekend werd ik gevraagd om langs te komen bij expats, die in de raffinaderij werkten. Zij woonden in een compound (afgesloten van de Arabische wereld). Daar maakten ze hun eigen bier, waar ze nogal trots op waren. Het was bier met een alcoholpercentage van 2%, en was eigenlijk niet te zuipen. Maar het was gezellig. Ook werd ik gevraagd door een Bahreini om naar zijn huis te komen. Ik kwam in een kamer bedekt met Perzische tapijten op de vloer en aan de wanden. We zaten op de grond. Er waren geen stoelen. In de kamer ging een luikje open in een zijwand en spijsen en drankjes werden naar binnen geschoven waarschijnlijk door zijn vrouw. Ik heb alleen maar haar handen gezien. Het was heel leuk om met de Bahreini te praten over zijn leven daar en ik vertelde hem over dingen die mij interesseerde.
Ik heb toen zelf ook een kandora gekocht maar die heb ik uiteraard daar niet aangehad.

Voor het weekend had een van de cursisten gevraagd of hij op maandag wat later mocht komen. Hij moest naar Riyad om zijn toekomstige vrouw te ontmoeten. Hij had in de Verenigde Staten gestudeerd en had daar nog steeds een vriendin, maar met wie hij niet mocht trouwen. Ik zei tegen hem dat ik daar geen bezwaar tegen had maar dat ik wel wilde horen hoe het geweest was. Het huwelijk was gearrangeerd door de vaders en familie van beide kanten. ’s Maandags vertelde dat hij mij dat hij bij zijn toekomstige schoonfamilie was geweest en daar gedurende twintig minuten zijn aanstaande bruid had gezien en gesproken. Zij was hem bevallen, maar laten wel weten iets anders kon hij ook niet zeggen.

Toen ik een week later vertrok was ik wel weer blij om naar de normale wereld te gaan. In de taxi naar het vliegveld sprak ik met de taxichauffeur, naast wie ik was gaan zitten. Hij was geen Arabier maar afkomstig uit Azië (ik dacht uit de Filipijnen) en wijk spraken over zijn leven in Saoedi-Arabië en ik vroeg hem of hij weer terugging naar zijn land. Hij was al geruime tijd in Saudi-Arabië maar zag voor zichzelf voorlopig geen mogelijkheid om voorgoed of voor een trip terug naar zijn eigen land te gaan.

Ik kwam natuurlijk ongedeerd terug.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.