In mijn stuk over Overheid en Vrije Markt staan ten onrechte een paar bezuinigingen die niet juist blijken te zijn. Ik was afgegaan op een stuk van Maarten van Rossum dat deels te kort door de bocht was. In dit naschrift corrigeer ik dit.
De sociale werkplaatsen zijn vervangen door twee wetten, namelijk de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) en de Participatiewet. De Wsw helpt arbeidsgehandicapten (lichamelijk, psychisch en verstandelijk) door arbeid onder aangepaste omstandigheden te bevorderen op basis van de arbeidsbekwaamheid. Echter de instroom naar de Wsw is gestopt per 2015. Sindsdien helpen gemeenten arbeidsgehandicapten naar een reguliere job op basis van de Participatiewet. Iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder die wet. Het voornaamste doel van de Participatiewet is om zoveel mogelijk mensen met arbeidsvermogen naar werk toe te leiden of te ondersteunen bij het werk. De beloning is afhankelijk van wat iemand kan. Dat kan dus minder zijn dan het minimumloon maar wordt dan door de overheid aangevuld. De uitvoering berust bij de gemeenten. Feitelijk is er voor de sociale werkplaatsen voor instromers na 2015 weinig in de plaats gekomen.
Het speciaal onderwijs bestaat nog steeds. Het is opgedeeld in 4 clusters: 1. Voor blinden en slechtzienden 2. Doven en slechthorenden of kinderen met een spraakstoornis 3. Lichamelijk en/of verstandelijke beperkte en langdurig zieke leerlingen 4. Kinderen met een psychische stoornis of gedragsproblemen. Daarnaast bestaat het Speciaal Basisonderwijs (BSO) voor kinderen die niet in het regulier onderwijs kunnen meekomen, zoals kinderen met ADHD, dyslexie, dyscalculie, autisme en die moete hebben met leren. De groepen zijn kleiner niet 23 maar 14 leerlingen per klas. De lesstof is in principe hetzelfde. Er gaan ruim 34.000 leerlingen naar het speciaal en speciaal basisonderwijs.
Reactie plaatsen
Reacties
Ik ben het met je eens dat privatisering vaak geen voordelen heeft opgeleverd voor de burger, bv. bij het huren van een woning en in het openbaar vervoer. In de gezondheidszorg wordt volstrekt ondoorzichtig gebruik gemaakt van private partijen. Mijn zoon en schoondochter hebben te maken met speciaal onderwijs voor hun zoon met een verstandelijke beperking. Ze hebben te maken met verschillende instellingen en zorgverstrekkers. Toen ze verhuisden van de gemeente Den Haag naar de gemeente Leidschendam moesten ze alles opnieuw aanvragen. Omdat ze assertief genoeg zijn en mijn schoondochter op dossiers jeugdzorg heeft gezeten van twee gemeenten wisten ze de weg om dat te omzeilen. Maar dat kan niet iedereen. En zo zijn er veel voorbeelden.