Confucius: zijn leer en zijn belang toen en nu

Gepubliceerd op 12 november 2023 om 14:24

De huidige president van China Xi Jinping wil de filosofie van Confucius weer in oude luister herstellen. Onder Mao werden de oude leren Confucianisme, Boeddhisme en Taoïsme bij het oud vuil gezet. De verering gebeurde nog achter de voordeur in kleine kring maar niet meer in het openbaar. In dit stuk ga ik in op het Confucianisme.

De rol van Confucius voor het Chinese denken is vergelijkbaar met die van Socrates voor het Westerse denken. Confucius leefde van 551-479 v Chr. Confucius en Socrates (469-399 v. Chr.) hadden niet de waarheid in pacht. Ze trokken zelfs hun eigen kennis in twijfel en waarschuwden hun leerlingen tegen hoogmoedigheid. Zij vonden zichzelf niet bijzonder ten opzichte van anderen. Overigens heeft hij net als Socrates zijn leer niet zelf beschreven. Zij hadden ook geen systematische filosofie ontwikkeld.

Confucius bracht een hiërarchie aan: individu, familie, samenleving en kosmos. De familie in zijn denken was heel uitgebreid, niet alleen zijn eigen familie maar ook mensen die de leer verspreiden behoorden daartoe.

Confucius leefde in de tijd van de Zhou-dynastie (1050-221 v. Chr.). De dynastie was begonnen met de eerste koning Wen. Confucius belastte zich om het ethos van koningen zoals Wen over te dragen.  Hij had grote bewondering voor Wen. Tussen 722-481 was er veel politieke onrust met onderling strijdende staten in het Zhou-rijk. Confucius probeerde het land terug te brengen naar harmonie en vrede.

Tijdens de Zhou dynastie kwamen er overigens grote veranderingen op gang zoals ijzerfabricage, het gebruik van ploegen getrokken door ossen, kruisbogen, paardrijden, irrigatie op grote schaal en van nieuwe ontginningen langs de Yangtze. De productie uit de landbouw werd enorm verbeterd.

Confucius was een ethicus: hoe moet je handelen, het gaat om de kunst van het leven, van orde en harmonie, om gemeenschapszin, en alles heeft zijn plaats. Men moet respect hebben voor anderen, medemenselijkheid tonen en zich schikken in zijn levenslot

Confucius hechtte grote waarde aan de sociale hiërarchie. Iedereen moest handelen naar zijn positie. De vader moest goed voor zijn zoon zorgen en de zoon moest zijn vader gehoorzamen en respecteren. Deugdzaam leven betekende dat de mens hun rol zo veel mogelijk realiseert. Volgens Confucius was er sociale hiërarchie met een verschil tussen elite en boeren. Als ieder handelt in overeenstemming met zijn plaats op de maatschappelijke ladder dan zou de sociale wanorde verdwijnen. Ieder moest handelen overeenkomstig zijn naam, dat is zijn rol (vorst, minister, vader, zoon). Confucius ontwikkelde zijn leer voor de elite.

Confucius gaf aan dat iedereen rechtvaardigheid en plichtsbetrachting moet tonen. Zij zouden zich wijden aan allerlei zaken die zich voordoen en voorzichtig zijn met hun uitlatingen. Het gaat om het ontwikkelen van goede karaktertrekken die zich uiten in hun gedrag. Hij predikte dat je vertrouwen moet hebben in het goede van de mens maar wel op je hoede blijven.

Confucius leefde in een tijd van sociaal-morele en politiek-maatschappelijk verval. Hij richtte zich op wat is de weg nodig om de staat te besturen. De weg is de deugdethiek. Hij zag zichzelf als degene die de hoge cultuur in het Zhou-rijk in stand hield. Hij beschouwde het rijk en met name zijn geboortestreek Lu als het hoogtepunt van de beschaving. Hij wilde die cultuur herstellen en zo de orde terugbrengen.

Zijn adagium was: ‘ Wat jij niet wilt dat jou geschied doe dat ook een ander niet’. Deze deugd is niet zo makkelijk om onder alle omstandigheden aan te voldoen. Het gaat om wederkerigheid. Iemand die zijn menselijkheid heeft gerealiseerd is geschikt om een staat te besturen. Zo iemand wordt volgens Confucius maar eenmaal in de 500 jaar geboren.

Centraal in Confucius leer staat de moraal, zowel tussen mensen als binnen de structuur van de staat. Zijn ideeën over familiale relaties trok hij door naar de samenleving als geheel. Deugden zijn aan te leren. Ze kunnen worden overgegeven van vader op zoon en van heerser op onderdanen. Onderling respect en het in ere houden van omgangsvormen en rituelen stonden centraal. Zijn filosofie was praktisch. Ieder individu moest een goed mens zijn. De belangrijkste deugd is medemenselijkheid. Een politieke leider moet het zelf in praktijk brengen. De vorst moet het goede voorbeeld geven en de fatsoenlijkste persoon zijn onder zijn onderdanen. De vorst moet dus de meest deugdzame persoon in het rijk zijn en een voorbeeld zijn voor zijn onderdanen. Hij moet onder alle omstandigheden eerlijk zijn en zelfbeheersing tonen. Iedereen ook een edele moet als hij miskend werd proberen niet boos te worden. Hij moet zich altijd hoffelijk gedragen, zo breng je medemenselijkheid in praktijk.
Confucius liet zich niet uit over religie en metafysica. Zijn leer was altijd praktisch en het was geen godsdienst.

Confucius was de grootste filosoof die China gekend heeft. Zijn leer was en is universeel. Confucius had vele leerlingen en volgelingen. De belangrijkste confuciaanse volgeling was Mensius, die leefde van circa 375 tot 290 v Chr. Hij had meer dan Confucius een oor bij de vorsten uit zijn tijd. Hij beschrijft hoe een leider zou moeten heersen. De koning luistert naar zijn volk. Als hij niet luistert naar zijn volk kan hij geen koning zijn. De heerschappij van een koning moet in het voordeel zijn van diegenen over wie hij heerst. Het is de taak van een heerser om het volk de mogelijkheid te geven om hun deugdelijkheid te ontwikkelen.
Mensius was een ras-optimist. Alle mensen zijn van nature goed. De morele goedheid moet worden ontwikkeld en onderhouden. Hij had de doctrine van tijdigheid, andere tijden vragen om een ander gedrag. Het gedrag van een persoon kan als voorbeeld dienen voor het gedrag van andere mensen.

Confucius leer was ontzettend invloedrijk. In 1e eeuw v. Chr. werd onder de Han-dynastie het confucianisme de staatsideologie. China werd een confucianistische staat en het land bloeide op. De bevolking bereikte een aantal van 50 miljoen. Ook na de Han-dynastie bleef het confucianisme de leer. In gebieden buiten China met veel Han-Chinezen zijn er veel confucianistische basisscholen en middelbare scholen. Na het einde van het keizerrijk in 1911 kwam een einde aan de confucianistische invloed. Ook in de tijd van Mao verdween het confucianisme naar de achtergrond. Na dood van Mao nam de invloed van de leer van confucianisme weer toe. Xi Jinping is een aanhanger van Confucius. Er zijn nu zo’n 210.000 aanhangers van het confucianisme. Ook moderne Chinese denkers houden zich weer bezig met Confucius’ ideaal.

Zijn leer staat ver af van onze cultuur. De strakke hiërarchie en het plaatsen van mensen in niveaus wijkt sterk af van onze samenleving. Ook de piëteit van kinderen ten opzichte van hun ouders en andere ouderen past niet in onze maatschappij. En de rituele omgangsvormen staan ver van ons af. Onze democratie waarbij gelijkheid voor iedereen voorop staat past niet in het confucianisme. Misschien is onze maatschappij op sommige vlakken wel heel erg doorgeschoten. Zijn deugden zoals medemenselijkheid, onderling respect en het hebben van omgangsvormen zijn uiteraard ook in onze tijd van groot belang en zouden veel meer aandacht verdienen.

 

 

 

Literatuur

Michel Dijkstra, Basisboek Oosterse filosofie (Leusden 2021)
‘Mencius. The Life and Works of ‘Mencius’, e-book dig. reads
‘Confucius’, nl.m.wikipedia.org
‘Confucius’, filosofie.nl
‘Zhou dynastie’, nl.m.wikipedia.org
Michel Dijkstra, ‘Confucius over aardse deugden’, filosofie.nl (29 okt. 2016)
‘Confucianisme’, nl.m.wikipedia.org
‘Confucianistische stromingen’, wijsheidsweb.nl
‘Confucianisme-Kenmerken en filosofie’, historiek.net
Michel Dijkstra en Simone Bassie, ‘Close reading Mensius: onderhoud je goede natuur’, filosofie.nl (20 maart 2018)

 

Reactie plaatsen

Reacties

Huub
2 jaar geleden

Als toevoeging wil ik de deugdenethiek benadrukken. Confucius en vooral Mencius brachten de deugden in praktijk terwijl Aristoteles de deugden meer als theorie onderwees. Verder ben ik het met je eens dat Confucius en Socrates belangrjjke gelijkenissen hadden.
groet Huub